(Kijk voor exacte data, openingstijden en aanvullende informatie altijd even op de website van Spaarnestad Fotoarchief!!)
Datum: // <> // Titel: Het archief Spaarnestad Photo Lokatie: Spaarnestad Fotoarchief in haarlem, noord holland, nederland
Spaarnestad Photo (SPh) bestaat uit meer dan 11 miljoen pers- en documentaire foto?s afkomstig van over de hele wereld. Samen geven de foto?s een uniek beeld van de 20ste eeuw. De oudste foto?s dateren uit de tweede helft van de 19de eeuw. Verder kan men gravures aantreffen van personen en gebeurtenissen van vóór de uitvinding van de fotografie in 1839. Terwijl de naam voor sommigen anders doet vermoeden, is SPh niet een archief met enkel historische foto?s uit Haarlem. Er zijn veel meer foto?s uit de rest van Nederland en het buitenland, zoals de wijk Harlem in New York. Samen met de bewaarde delen van de tijdschriften waarin de foto?s gepubliceerd zijn, vormt het archief een bron die men op vele manieren kan gebruiken, zoals voor onderzoek, illustratiemateriaal of reclamecampagnes.
Uitgeverij De Spaarnestad In 1906 wordt in Haarlem de Rooms-Katholieke uitgeverij en drukkerij De Spaarnestad opgericht. Met het aanbieden van ontspanningslectuur voor aanhangers van het katholieke geloof wil de uitgever de emancipatie van het katholieke deel van de Nederlandse bevolking bevorderen. Aanvankelijk wordt alleen een lokale krant op de markt gebracht, maar al snel richt het bedrijf zich op de uitgave van tijdschriften. In 1910 wordt de uit 1867 daterende Katholieke Illustratie overgenomen, destijds één van de grootste tijdschriften in Nederland. Tevens begint De Spaarnestad met de uitgave van geïllustreerde weekbladen, die zich op een bepaalde stad of streek richten, zoals de Stad Amsterdam (1921) en Groot Rotterdam (1923). In 1929 wordt het sinds 1913 verschijnende blad Panorama van een andere uitgever overgenomen, waarna zes jaar later alle stad- of streekgebonden weekbladen onder de naam van dit blad verder gaan. In 1934 verschijnt het nog altijd bestaande damesblad Libelle voor het eerst. Het katholieke element treedt in deze tijdschriften niet of nauwelijks op de voorgrond, zodat ze door brede lagen in de maatschappij gelezen worden.
Massamedia: geïllustreerde tijdschriften Mechanisering van de druktechniek in de 19de eeuw maakte de wekelijkse uitgave mogelijk van goedkope tijdschriften in oplagen van tienduizenden en zelfs honderdduizenden stuks. Vaak bevatten deze bladen verhalen ter verstrooiing van de hele familie, zoals Eigen Haard, één van de eerste Nederlandse tijdschriften. Soms werd een illustratie geplaatst die te maken had met het nieuws van die tijd. Dit waren nog geen foto?s, maar gravures, omdat men nog niet in staat was foto?s en tekst tegelijk op grote schaal af te drukken. Ambachtslieden sneden in een houten of stalen plaat een tekening, soms naar voorbeeld van een foto. Door de plaat te inkten en weer schoon te maken, kon met de in de groeven achtergebleven inkt een afdruk gemaakt worden. In 1882 introduceerde de Duitser Georg Meisenbach het ?half-toon? procédé. Kenmerkend is het raster van zwarte puntjes, waarmee het mogelijk werd de grijstonen van een foto op goedkope wijze massaal te reproduceren. De Katholieke Illustratie experimenteerde al in 1885 met deze techniek. Toch zou het nog tot het begin van de 20ste eeuw duren voordat de foto definitief won van de gravure. Sindsdien begon de fotografie meer en meer het gezicht van tijdschriften te bepalen. Nieuwe geïllustreerde tijdschriften werden opgericht, zoals het weekblad Het Leven in 1906. Het gebruik van foto?s werd gepresenteerd als bewijs als betrouwbaarheid van de berichtgeving: een foto kan toch niet liegen?
Persfotografen Om de tijdschriften en later ook kranten van foto?s te voorzien ontstond een nieuw beroep, dat van persfotograaf. In het begin maakten uitgevers gebruik van iedereen die toevallig een camera bezat of een sluiter durfde te bedienen, maar rond 1910 maakten de eerste mannen van fotograferen voor de pers hun beroep. Eén van hen was C. van Es, die als achttienjarige loopjongen bij een kleermaker voor zichzelf een camera aanschafte en zijn foto?s naar bladen stuurde. Later kreeg hij als fotograaf de beschikking over een auto en specialiseerde hij zich in luchtvaartfotografie. Ook uitgeverij De Spaarnestad nam eigen fotografen in dienst en abonneerde zich op Nederlandse en buitenlandse fotopersbureaus, die nieuwsfoto?s leverden uit het hele land en de rest van de wereld. Tot 1923 werden de foto?s eenmalig gebruikt en vervolgens meestal weggegooid. Vanaf die tijd begon men ze te bewaren, omdat men inzag dat een foto ooit weer opnieuw gebruikswaarde kon krijgen. SPh behoort daarmee tot de oudste fotoarchieven van Europa. Een persfoto is meestal de weergave van een gebeurtenis. Vaak wordt deze op de achterkant van de foto beschreven met behulp van zogenaamde ?captions?. Samen met bijvoorbeeld datums en stempels met de naam van de maker of het fotopersbureau, voegt deze informatie op de achterkant belangrijke waarde toe aan de foto als historische bron.
De Spaarnestad na 1945 De Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog leidde bij uitgeverijen tot papierschaarste. Ook de Spaarnestad moest bladen opheffen, of sterk inkrimpen, maar bleef zo lang mogelijk doorwerken, tot eind 1944 papier en energie opraakten. Foto?s uit Engeland en Amerika werden niet meer geleverd. Alleen foto?s die dienden als Duits propagandamateriaal of die goedgekeurd waren door de Duitse censuur, kwamen in het archief terecht. Foto?s van het Nederlands koninklijk huis werden voor de veiligheid op een geheime plaats ondergebracht, maar de Duitsers lieten het archief in Haarlem ongemoeid. Na de oorlog lukte het de beheerders van het archief om foto?s uit de periode 1940-1945 uit Amerika en Engeland te halen, zodat het SPh ook beelden van gebeurtenissen aan Geallieerde zijde uit die periode in zijn bezit heeft gekregen. Voor geïllustreerde familietijdschriften vormden de jaren ?50 de hoogtijdagen. Bladen als de De Katholieke Illustratie of diens protestantse tegenhanger De Spiegel bevatten fotoreportages, ?picture stories?, van beroemde buitenlandse en Nederlandse fotografen, zoals Erich Lessing en Ed van der Elsken, waarin met een reeks van foto?s een documentair verhaal kon worden verteld. In de jaren ?60 fuseerde De Spaarnestad met uitgeverij De Geïllustreerde Pers, die onder andere het damesblad De Margriet en het weekblad Revu uitgaf. De beide uitgeverijen gingen op in de Verenigde Nederlandse Uitgeversbedrijven (VNU) en hun fotoarchieven werden samengevoegd. Het roomse karakter van een tijdschrift als De Katholieke Illustratie raakte in de jaren ?60 steeds meer op de achtergrond. In 1968 werd het blad opgeheven en werd een deel van de Revu, sindsdien bekend onder de naam Nieuwe Revu.
Opslag van het fotomateriaal In de jaren ?20 en ?30 bevond het fotoarchief zich op de zolder van de uitgeverij aan de Haarlemse Nassaulaan, waar de temperaturen hoog konden oplopen, een schadelijke situatie voor kwetsbare foto?s. Later verplaatste men het archief naar de kelders van het gebouw, waar het soms te vochtig was, wat evenmin goed is voor foto?s. Omdat de ruimte beperkt was, werden steeds meer foto?s in de laden gepropt, waardoor foto?s kreukten en ezelsoren kregen. Redacties van de verschillende bladen konden vrij uit het archief putten voor hun artikelen. De foto?s werden gezien als werkmateriaal waar iedereen mee aan de slag kon gaan. Dat veel foto?s uniek en onvervangbaar waren, realiseerden de gebruikers zich destijds meestal niet. Ondanks al deze aanslagen op de foto?s is de kwaliteit ook nu vaak nog verrassend goed, vooral omdat fotografen in het verleden veelal hoogwaardige afdrukken leverden op kartondik papier. Het grootste deel van de collectie bestaat uit zwart-wit foto?s. Omstreeks 1980 dacht men dat zwart-wit een aflopende zaak was, omdat steeds meer bladen in kleur werden gedrukt. De omvangrijke fotocollectie werd voor de uitgeverij een dure sta-in-de-weg. Daarnaast werd er op een andere manier met fotografen gewerkt. Niet langer had de uitgeverij fotografen in dienst, maar gaf zij opdrachten aan freelance fotografen die hun foto?s zelf beheerden en niet langer in het archief onderbrachten. Het archief werd daardoor niet meer up-to-date gehouden.
Fotoarchief van Spaarnestad voor Haarlem behouden Om te voorkomen dat de unieke fotocollectie met haar grote culturele waarde verkocht of vernietigd zou worden en voor Haarlem verloren zou gaan, werd het fotoarchief door de uitgeverij in 1986 overgedragen aan de stichting Nederlands Foto- & Grafisch Centrum (NFGC). Deze stichting, die het archief nu nog steeds beheert, heeft zich ten doel gesteld de collectie als ?een goed huisvader? te beheren en toegankelijk te maken voor het publiek. Na gedurende tien jaar lang op verschillende plaatsen in de stad een tijdelijk onderkomen te hebben gehad, is het archief sinds 1997 definitief gevestigd aan het Groot Heiligland in Haarlem. Hier bevindt zich op de eerste verdieping een eigen expositieruimte, waar telkens wisselende tentoonstellingen worden gehouden met foto?s uit de eigen collectie. Ook kan iedereen op afspraak foto?s en tijdschriften inzien. Dankzij het ?Codec?-systeem (Concrete Decimale Classificatie), waaraan meer dan veertig jaar gewerkt is, zijn de foto?s snel toegankelijk, omdat ze allemaal gecodeerd zijn op naam van personen of onderwerp. Verhuur van het beeldmateriaal aan onder andere uitgevers van kranten, tijdschriften en boeken, aan reclamebureaus en televisiemaatschappijen, genereert geld om de collectie toegankelijk te houden. Er worden uitsluitend reproducties geleverd, voorheen via de doka, tegenwoordig via digitalisering. SPh bezit niet van alle foto?s de rechten en moet daarom bij gebruik van dergelijke foto?s geld afdragen aan de oorspronkelijke eigenaar van het fotobeeld.
Conserveren van foto?s Foto?s bestaan uit verschillende lagen chemisch materiaal. Dit materiaal reageert op veranderingen in de luchtvochtigheid en temperatuur. Grote schommelingen in deze waarden kunnen leiden tot schade aan de foto door verschil in krimpen en rekken, omdat elke laag anders op de veranderingen reageert. Warmte en vocht kunnen tot schimmelvorming leiden die het beeld aantast. Bij het hanteren van foto?s worden katoenen handschoenen gedragen, omdat vingers zuren bevatten die het beeld kunnen aantasten. Een foto blijft het best bewaard bij een relatieve vochtigheid van de lucht van ca. 45-50% en een temperatuur van ca. 15-20°C. Om die reden zijn de archiefruimten van SPh voorzien van een klimaatinstallatie die de temperatuur en vochtigheid zo constant mogelijk houdt. In ruim 230 ladekasten zijn de foto?s opgeborgen in zuurvrije mappen. Oude en kwetsbare foto?s krijgen een extra bescherming door ze in speciale lucht doorlatende en doorzichtige polyester hoesjes te stoppen. Deze kunststof bevat geen ?weekmakers? die het beeld kunnen aantasten. Een belangrijk deel van het fotoarchief, de zogenaamde vintagecollectie, bestaat uit originele afdrukken van de hand van beroemde fotografen als André Kertesz, Henri Cartier-Bresson, Emmy Andriesse, Aart Klein en vele anderen. Hun foto?s worden apart bewaard, geconserveerd en beschreven.
Uit licht ontstaan, door licht vergaan Ook al spreekt men bij fotograferen wel van ?vereeuwigen?, nadat een foto ontwikkeld en gefixeerd is, blijft het beeld gevoelig voor daglicht. Dit licht bevat (onzichtbare) ultraviolette straling, die op den duur foto?s kan doen verbleken. Foto?s moeten daarom donker bewaard worden en mogen maar kort aan gewoon daglicht blootgesteld worden. SPh heeft om die reden verschillende preventieve maatregelen genomen om schade tegen te gaan. Zo zijn bijvoorbeeld de vensters in de archiefruimten van warmte- en ultravioletwerend glas voorzien. Met de digitalisering van delen van de collectie, waarbij de voor- en achterzijde van de foto?s worden opgeslagen, nauwkeurig beschreven en toegankelijk gemaakt via een beeldbank, is een begin gemaakt, zodat het originele materiaal zo min mogelijk te lijden heeft van mensenhanden.
SPh blijft groeien Werd vroeger bij de uitgeverij de collectie dagelijks uitgebreid met nieuwsfoto?s die binnenkwamen per ratelende telexverbindingen en spoedzendingen per post, nu groeit de collectie nog steeds dankzij schenkingen. Soms zijn dit kleine, maar belangrijke bijdragen zoals die van een vuilnisman die foto?s vanuit het grof vuil redt. Meestal betreft het echter omvangrijke collecties van uitgeverijen, persbureaus en bedrijven. Zo kreeg SPh de collectie van ruim 1 miljoen foto?s en negatieven van het ANP (Algemeen Nederlands Persbureau) in beheer. Deze collectie, die meer dan een halve eeuw (ca. 1940-1995) voornamelijk Nederlands nieuws in foto?s bevat, vormde een formidabele aanvulling op het materiaal uit de tijd van Uitgeverij De Spaarnestad. In 2003 volgde de fotocollectie van in dat jaar opgeheven ABC Press Service, een Amsterdams fotopersbureau dat tussen 1932 en 2002 in Nederland beroemde, internationale fotografen en fotoagentschappen als Magnum, Camera Press en Sygma vertegenwoordigde. Zeventig jaar hoogwaardige fotoreportages en uniek historisch materiaal, dat het bereik van de collectie van SPh in het heden heeft gebracht. SPh blijft dus groeien en zich specialiseren en is mede daardoor een veelzijdige instelling. Missie is als nationaal instituut voor pers- en documentaire fotografie en als hoeder van een unieke en onvervangbare collectie waarin een overzicht van 20e-eeuwse internationale, analoge, pers- en documentaire fotografie wordt samengebracht, een centrale plaats in te nemen binnen de ontwikkelingen van dit fotografiegebied. SPh wil de belangstelling hiervoor en de kennis hierover bij een breed publiek stimuleren, evenals het professionele, educatieve en recreatieve gebruik van de collectie vergroten. Het einde van de 20ste eeuw, de recente millenniumwisseling en de langzame verdwijning van de analoge fotografie onderstrepen opnieuw het belang van SPh en dat van de opdracht de bijzondere collectie voor het publiek toegankelijk te maken. De werkzaamheden die het beheer en de presentatie van het kostbare en unieke Nederlandse cultuurbezit met zich meebrengen, zijn niet mogelijk zonder enthousiaste mensen. Op dit moment beschikt SPh over vijftien medewerkers en veertien vrijwilligers, die werkzaam zijn bij de afdelingen Secretariaat, Uitleen, Collectiebeheer en Presentaties (Exposities en Educatie).