
Een eeuw geleden was het bijzonder populair om bij de aankleding van het huis houtbrandschilderijtjes op te hangen.
Vooral Hollandse landschappen, bloemstillevens en paneeltjes met spreuken als ?Iedere wolk heeft een zilveren rand? of ?Tel alleen de zonnige dagen? waren heel geliefd.
Kunstnijverheid werd onder invloed van de Engelse Arts en Crafts-Movement een algemener product. Ook de Nederlandse kunstnijverheidsbeweging hing het idee aan dat ?schoonheid? moest doordringen in het dagelijks leven van alle mensen.
In de beeldende kunst werden tekeningen en aquarellen aan het einde van de negentiende eeuw een op zichzelf staande kunstuiting en werden als zodanig in galeries en kunstnijverheidszaken verkocht. Veel kunstenaars legden zich, mede onder druk van hun financiële behoeften, toe op diverse grafische technieken om aldus hun afzetgebied uit te breiden.
Houtbrandvoorwerpen kunnen gezien worden als een op zichzelf staande kunstuiting binnen de kunstnijverheid in de eerste helft van de twintigste eeuw. De makers pasten dezelfde beeldende middelen als lijn, vorm, kleur en perspectief, toe als in de schilderkunst werd gedaan. Het houtbrandschilderen werd door zowel kunstenaars als hobbyisten beoefend met als gevolg verschillen in kwaliteit, techniek en artisticiteit. Gezien de beperkingen van het materiaal waarmee pyrograveurs werkten wisten zij veelal mooie resultaten te bereiken.
In deze eeuw zijn veel houtbrandvoorwerpen verdwenen, zij namen een marginale plaats in en werden in de literatuur zelden of nooit genoemd.
Opening: vrijdag 21 april 2006 om 16:00 uur in het Stedelijk Museum Vianen