Geert de Mot Breughel's View is de titel van een grootschalig, tweedelig project. Het is de naam van de Gated Community for Artists die Geert De Mot in een eerste fase zal opstarten en promoten in Etablissement d'en face om deze dan in een tweede fase te realiseren in Mechelen ter gelegenheid van Commitment, een groepstentoonstelling georganiseerd door BKSM (Beeldende kunst Strombeek-Mechelen) die zal lopen van 23 februari tot 1 april 2007.
Gated communities of gesloten gemeenschappen zijn residentiële wijken die exclusief toegankelijk zijn voor de bewoners ervan en hun gasten. Ze zijn meestal omheind en beschikken vaak over een eigen bewakingssyteem. In Breughel's View zal de gesloten gemeenschap exclusief bewoond worden door kunstenaars. De kunstenaars huizen er in mobiele werfcontainers die als atelierruimte fungeren. Het doel van Breughel's View is dat de residerende kunstenaars er zullen wonen, werken en naar wens ook tentoonstellen. Wat zich binnen deze gemeenschap afspeelt, staat los van de rest van de tentoonstelling. De kunstenaarsresidentie als gated community wordt een kunstenaarsreservaat, bijvoorbeeld parallel met de huidige postgraduaat opleidingen die door jonge kunstenaars worden aangevat in een beschermde en zingevende omgeving. De gated community van Geert De Mot vertrekt vanuit een analyse die aan de praktijk wordt getoetst. In de eerste plaats betreft het een decorlandschap en is de kritische houding op zijn beurt een toneelstuk, door een omheining beschermd van de buitenwereld. Bovendien wordt het project, in de hoedanigheid van een experiment, evenzeer overgelaten aan de interne en externe omstandigheden en invloeden.
De eerste fase bestaat uit een promotietentoonstelling van het project in de ruimte van Etablissement d'en face. De inplanting van de gesloten gemeenschap Breughel's View en modellen van de beschikbare containers en leefregels van de gemeenschap worden er uitgebreid gepresenteerd. Etablissement d'en face zal in die periode enerzijds als een immobiliënkantoor functioneren waar men de containers/werkverblijven kan reserveren, anderzijds als logistiek bureau. Kunstenaars en andere geïnteresseerden kunnen er de werkruimtes reserveren in de periode van de tentoonstelling Commitment in Mechelen. Tijdens deze eerste fase wordt ook de officiële website gelanceerd waarop men alle bijkomende informatie kan vinden.
en wat daarvoor kwam
Geert De Mots eerste interventies in de publieke ruimte waren geïmproviseerde constructies die hij* langs de straatkant bouwde. Dit gebeurde nooit in het kader van een of andere tentoonstelling en zonder enige vorm van toestemming. Deze interventies werden niet naar een bepaald doelpubliek gecommuniceerd. Deze interventies benoemde hij 'Traschbasjn'. De werkwijze is intuïtief, energiek en onbehouwen. De traschbasjn-constructies zijn overgeleverd aan de wetten van de straat of 'publieke ruimte': het zijn constructies die na enkele dagen, weken of maanden door de gemeentelijke afvaldienst bij elkaar werden geveegd en door vandalen of weersomstandigheden werden vernield.
Daarop volgde ter gelegenheid van de verkiezingen van 2004 de affichecampagne 'IA-IA'. De affiches werden overal in het land uitgehangen. De affiche toonde een personage met een ezelskop en een rood potlood in de hand. Boven de ezelskop stond de slagzin IA-IA. Het personage was in de eerste plaats herkenbaar als een karikatuur van de politicus en per definitie (van de democratie) betrof het eveneens de kiezer zelf. Deze affiches werden door Harald Szeemann opgemerkt en opgenomen in de tentoonstelling Visionnair België in Bozar.
Terzelfdertijd werkte Geert De Mot aan zijn eerste decorstuk Hier ons bloed wanneer ons recht, een replica van een historische, betonnen sokkel. Op de sokkel stond 'hier ons bloed wanneer ons recht' in rode verf gekwast. Dit opschrift van een Vlaamsgezinde soldaat uit de Eerste Wereldoorlog, zinspeelt op de franstalige overheersing in het toenmalige Belgisch leger en samenleving. De oorspronkelijke (of replica?) steen is tentoongesteld in de IJzertoren en wordt beschouwd als een stille getuige van het Vlaamse martelaarschap en staat symbool voor de Vlaamse zaak, heden gereduceerd tot het streven naar Vlaamse onafhankelijkheid. De steen functioneert er als decorstuk in het theater van de stichtende (Vlaams) nationale mythe. De replica op ware grootte die Geert De Mot maakte, was aan één kant open waardoor men de constructie ervan in hout en isolatiematerialen kon zien. Hier ons bloed wanneer ons recht was te zien in de tentoonstelling Ambassador in kunstenaarsinitiatief >Public te Parijs. Deze groepstentoonstelling was op uitnodiging van >Public samengesteld door Etablissement d'en face ter gelegenheid van de viering van 175 jaar België en indirect een antwoord op Szeemanns Visionnair België.
Voor de Free-space tentoonstelling in Antwerpen (2005-06) bouwde Geert De Mot een tweede decorstuk; een simili betonnen bunker die hij voor de ingang van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen plaatste. Vanuit de bunker was het museum te zien door een rechthoekig schietgat. De kleine bunker stond in een absurde oppositie ten opzichte van het instituut en maakte het museum tot een moloch. Net zoals de Traschbasjn-interventies werd ook de bunker overgeleverd aan de wetten van de straat. Nog voor de opening van de tentoonstelling viel de constructie ten prooi aan vandalisme. Een week na de opening stond slechts de helft van de constructie overeind. De muren waren ingetrapt en wat nog recht stond, was met graffiti overspoten. De bunker was zoals hoger vermeld een decor. Ook deze constructie was gebouwd met isolatiemateriaal, hout en een dunne laag beton op de buitenkant van het bouwval. Extern oogde de constructie geloofwaardig als een betonnen bunker, maar uiteindelijk ging het gevandaliseerde resultaat de confrontatie aan met het museum.
Michael Van den Abeele
* Sommige van de Traschbasjn interventies, de IA-IA postercampagne en de video Tof in de Hof werden gerealiseerd samen met Joost Schouppe.