Reiko Kanazawa (JP), Lea Lagasse (F), Max Sudhues (D), Hans Wuyts (B)
Reiko Kanazawa's interesse gaat naar de relatie en interactie tussen de sociale en religieuze geschiedenis en haar eigen ervaringen en omgeving. D.m.v. mixed media, waaronder installaties, sculpturen, video en tekst stellen haar werken de perceptie van de werkelijkheid in vraag en herdefiniëren ze de verschillen tussen de Westerse en Japanse manier om op poëtische wijze de werkelijkheid waar te nemen.
Spelend met fragmenten uit onze dagelijkse omgeving brengen Lea Lagasse's werken onze waarnemingen in de war. Voorwerpen zijn verdacht; opstandig; disfunctioneel en grappig: om het even welk deel van onze omgeving kan plots intieme hallucinaties bevatten. Elke installatie is een zichzelf in stand houdend systeem waarbinnen de werkelijkheid ietwat onzeker en ambigu kan worden. Elk medium is bewust gekozen met het oog op het in vraag stellen van de eigenschappen en beperkingen ervan. "Trompe l?oeil" videoprojecties, absurde mislijdende ensceneringen en artefacten zetten het publiek op het verkeerde been en vervagen een ogenblik lang het zelfbewustzijn.
Het werk van Max Sudhues brengt dagdagelijkse objecten samen met diverse projectievormen. In installaties, video-loops, dia projecties, films en in situ interventies werkt hij met bewogen en bewegende beelden van schaduw en licht, banale voorwerpen getransformeerd in poëtische en bizarre associaties. Hij is geïnteresseerd in verwarrende en vervreemdende gezichtspunten, in veranderingen van afmetingen, die op hun beurt ook het gezichtspunt van de toeschouwer veranderen. Soms gaat het alleen maar over het korte moment waarin niet geweten is hoe te classificeren: dan ontstaan er nieuwe mogelijkheden. Voor een kort moment wilt hij verwarren en een ander, poëtisch verhaal vertellen, verschillend van het bekende.
Met behulp van elementaire bouwmaterialen realiseert Hans Wuyts installaties die een eerste indruk geven van mensgrote gesloten camera obscura?s geven. Deze geïmproviseerde bouwsels dragen videoprojecties en mechanische systemen die aspecten van tijd en ruimte blootleggen. Reflecties inzake kunst, de artistieke roeping en zijn eigen fascinaties staan centraal in zijn installaties omtrent beeld, beweging en ruimte. Door een eindeloze band voelen deze componenten elkaar aan zonder feitelijke "actualisering", of zonder te moeten samensmelten in een eenvormig, convergerend beeld. Het doel van "één enkel beeld" veroorzaakt een veelvuldige reeks beelden d.m.v. ruimtelijke aspecten die dat "ene" beeld als afwezig suggereren. Schaalvariëteiten, slow-motion videobeelden, geabstraheerde architectuur, aangedreven mechanieken of schitteringen of doek vloeien naadloos in mekaar als een onthullend gedeconstrueerd principe. Vanuit dit onthullend perspectief weerspiegelt een verschuiving van een oorspronkelijk concept zich in een continue verschuiving tussen architectuur, sculptuur en schilderkunst, binnen de installaties zelf. Zijn esthetische overtuigingen en visuele strategieën situeren zich op deze grensoverschrijdingen. M.b.v. verschillende installaties onderzoekt hij de dualiteit van het open of gesloten karakter van een specifieke begrenzing. Hij benadrukt ofwel de obstructie of het opene van een installatie of kiest ervoor dit niet te doen terwijl de toeschouwer met de structuur wordt geconfronteerd. Tekst: Joris Vermeulen, Antwerpen 2006