Er zijn beelden die abstract worden en dan zijn er ook abstracties die beelden worden. Pieter Vermeersch is geen abstracte schilder als dusdanig, maar wel een beeldenmaker. Deze mentale beelden vindt hij door het fotografisch procédé in de werkelijkheid. De zuivere abstractie bestaat niet.
Alles houdt verband met een deel van de werkelijkheid. Bijvoorbeeld de beelden van lichtgradaties of van het prisma van de regenboog, boeien Vermeersch vanwege hun vermogen een tezelfdertijd herkenbaar en abstract beeld weer te geven, terwijl zij het procédé van de beeldverschijning, dit "meta-beeld", waarin tijdsverloop en ruimtelijke definitie plaatsvinden, naar de voorgrond schuiven.
"Non-ruimtes" schilderen, dode hoeken, vergeten ruimtes uit onze dagelijkse waarneming (of het nu gaat om de 8 Paintings 1999 reeks, de monumentale installatie in het MuHKA in 2006, de 10 Untitled schilderijen die eruit voortvloeien, of het werk gerealiseerd in het Paleis voor Schone Kunsten ter gelegenheid van de Jeune Peinture 2007 tentoonstelling,) het zijn geen abstracte autonome beelden, maar eerder een voorstelling of een fysieke projectie van een immateriële ruimte die verband houdt met schilderkunst.
De Works in Progress I, II, III reeks, net als vele andere installaties van Pieter Vermeersch, geven de indruk van een puur abstract werk. Het zijn grote monochrome oppervlakken, geschilderd op de ruiten van een vitrine of een paviljoen, dagelijks van toon veranderend en zo, naar gelang de lichtomstandigheden van de dag in de ruimte een veranderlijke en tijdelijke kleuremanatie teweegbrengend.
Wat uiteindelijk de aandacht van de kunstenaar trekt, is de spanning tussen de objectiviteit van deze abstracte monochrome rechthoekige vormen van buitenaf ervaren en deze verdwijnende en interne meer subjectieve "licht en kleur schilderkunst".
Uit de Work in Progress I, II, III ontstaan verschillende beeld-schilderijen gerealiseerd vanaf een verscheidenheid aan fotografische beelden door Pieter Vermeersch gemaakt. Het abstracte verenigd met de werkelijkheid schept deze sublieme vrucht, androgyn, geboren uit Apollinische en Dionysische herenigingen.
Maar we moeten wel oppassen, Pieter Vermeersch mikt niet op het sublieme, hij cirkelt er omheen om het beter te vatten. We hebben nog maar de tijd gehad om ons aan de verleiding over te laten en hij stuurt ons meteen terug naar onze werkelijkheid.
Het is niets meer dan schilderkunst...
Wat de doeken van Pieter Vermeersch betreft (ik heb het hier niet over de installaties,) zij hebben steeds een verticaal formaat, als het ware om ons aan de aanwezigheid van het lichaam en het zijn in de wereld te herinneren. Het is geen abstract "landschap", want dan had hij zeker een ander formaat gekozen, horizontaal, geschikter voor het landschap. Zijn quasi-monochrome schilderijen, vaak op de grond gepresenteerd, zijn een soort portretten van het afwezige, zoals de bruine of zwarte achtergronden, de donkere massa?s die vaak het model omgeven in veel klassieke portretschilderijen. De massa wordt het onderwerp en treedt uit de schaduw, zij is kleur geworden, zij groeit en stolt in de picturale ruimte van het doek om één met de werkelijkheid te worden.
Aanwezigheid van het afwezige, gestold ogenblik van dit wordingsprocédé, van deze schilderkunstmetamorfose, perfect onafgewerkt; wij keren terug tot deze "niet-ruimte", die ons bij gebrek aan een identificeerbare dimensie terugkaatst naar onszelf.