De op zwart, wit en grijs en rasterstructuren gebaseerde schilderijen, muurwerken en installaties van Esther Stocker verwijzen zowel semantisch als formeel naar verstrikkingen, interconnecties en interpenetraties, met het raster als metaforisch logo. Stocker doorbreekt daarmee eendimensionale opvattingen van orde, ruimte en schilderkunst als contextuele en relationele factoren en begrippen en stelt ze meteen ook in vraag. Wanneer een kunstenaar anders zo begaan met ruimtelijke structuren en ervaring tezelfdertijd de aandacht richt op het feit dat "wij niets over de ruimte weten" (Stocker), lijkt hieruit een productieve scepsis te spreken die voortkomt uit onophoudelijke en methodieke pogingen tot begrip en inzicht in hun principiële eindeloosheid.