Uit van de meest bescheiden materialen, van vloermatten voor auto?s tot ruwe multiplex creëert John Beech (*1964 in Winchester; Engeland); leeft & werkt in Brooklyn, VS) objecten die tezelfdertijd ruig en elegant zijn, complex ontworpen en rechttoe rechtaan, doodernstig en subtiel grappig. Zijn werk overbrugt de scheiding tussen schilder- en beeldhouwkunst. Beech is geïnteresseerd in de "objectkwaliteit van de dingen". Hij wil de vorm en de materialen voor zichzelf laten spreken. Een ander belangrijk onderdeel van zijn werk is zijn materiaalkeuze. "Ik ben geïnteresseerd in het versmelten van de visuele woordenschat van het gebruiksvoorwerp en de abstracte kunst," zegt hij. Gewone voorwerpen als afvalcontainers en metroperrons trekken zijn aandacht en vormen een vertrekpunt voor genuanceerde kunstwerken. Hij beaamt de invloed van hedendaagse meesters zoals Donald Judd, maar ziet zijn eigen esthetiek als "street level" en geëngageerd, in tegenstelling tot de glans en afstand van vele reductionisten. Zijn doel is om van het ordinaire een buitengewone ervaring voor de toeschouwer te maken. Spontaneïteit is essentieel voor Beech. Een werk kan tijdens het fabricageproces radicaal veranderen; ongelukken en obstakels worden gezien als opportuniteiten eerder dan bronnen van ergernis. Hij vindt dat het laten varen van verwachtingen vaak kan leiden tot zaken die veel interessanter zijn dan het originele concept. Deze ontspannen attitude past perfect bij Beech?s voorkeur voor zaken die vreemd, ambivalent en zelfs een beetje onhandig zijn. Deze combinatie geeft veel van zijn werken een subtiele humor; een attitude die ons aanzet tot het besef dat kunst kan ontstaan (soms zelfs onbewust) uit de meest ordinaire materialen, materialen die we de hele tijd rondom ons zien maar waarvan het artistieke ons ontgaat.