In het onderzoeksproject De ontplooiing van het monochroom in haar digitale en analoge/grafische verschijningsvorm wil Greet Billet een verbinding maken tussen het digitale en het grafische/analoge. Deze verbinding zou tot stand komen door de meest uitgepuurde herleiding van 256 digitale kleurwaarden van één kleur (grijs, groen, rood en blauw) van een digitale drager naar een analoge drager over te brengen en omgekeerd. Daarnaast stelt ze zichzelf ook de vraag of het mogelijk is een doos of een boek te concipiëren die al de delen van het analoge/grafische monochroom zou bevatten. Of een film die alle gegevens van het digitale monochroom bevat. Centraal in dit denkproces staat dus steeds het spanningsveld tussen het analoge en het digitale monochroom. In wezen gaat het hier om het spanningsveld tussen objectieve kwantificering en subjectieve waardering. Zo tracht Greet Billet met haar recente werk de mogelijkheden te exploreren van de communicatie op het vlak van de overdracht van betekenissen. Voor een individu kan een object of een gebeurtenis een eenduidige betekenis hebben, of alvast op een bepaald moment in de tijd ondubbelzinnig zijn. De communicatie over dit object of deze gebeurtenis brengt echter steeds de onmogelijkheid aan het licht om deze eenduidige betekenis te delen. Wie betrokken is in communicatie, creëert dus zijn eigen interpretaties van het object of van de gebeurtenis. Zo manifesteert communicatie zich als een fundamentele onmogelijkheid om betekenissen te delen of mee te delen. Zo drukte ze in 2007 woorden af op spiegels waardoor de schijnbaar eenduidige betekenis ervan werd gereflecteerd naar de toeschouwer die daardoor geconfronteerd werd met het louter subjectieve betekenisproces van wat objectief schijnt plaats te vinden wanneer we een woord zien. Tegelijk zag de toeschouwer zijn eigen subjectiviteit op een andere plaats, in zijn spiegelbeeld, wat hem terugwierp op de onmogelijkheid om zijn eigen zelf te objectiveren. De onmogelijkheid om onszelf en onze wereld te betekenen, betekenis te geven en deze betekenis te communiceren lijkt te worden opgeheven door gebruik te maken van objectieve kwantificeerbare waarden die de subjectieve en geïnterpreteerde waardering overschrijden. Dit onderzoek is dan ook een onderzoek naar het spanningsveld tussen de digitale (objectieve, numerische) waarden van kleuren en hun analoge (subjectieve, meerduidige) waardering. Wat zich hier manifesteert is een andere onmogelijkheid; De realiteit laat zich niet vatten in objectief af te bakenen categorieën of numerische variabelen. In de fysische realiteit bestaan er geen kleuren op zich: Er is enkel een continuüm van frequenties van weerkaatsing en absorptie van licht. Waar we een object in de realiteit ook echt kunnen afbakenen van een ander object, kunnen we dat met kleur niet. Een kleur als ?rood? is dus niet enkel een louter subjectieve waardering van een specifiek maar niet strikt bepaalbaar bereik in dat spectrum, het is opnieuw een waardering die zich niet laat mededelen. Wat rood is voor mij, is misschien groen voor iemand anders. Bij conventie zijn we het erover eens deze frequentie ?rood? te noemen, maar de subjectieve beleving ervan kan écht fundamenteel verschillen. Zo kunnen kleurenblinden een vlekkeloos leven leiden zonder ooit te beseffen dat ze kleurenblind zijn: Ze zeggen ?rood? wanneer het rood is, maar wat zien ze eigenlijk? De enige objectieve ervaring lijkt dus de meest subjectieve te zijn.