Dubbeltentoonstelling van Maria Jager en Jenny Wilson.
Maria Jager: In mijn collages maakte elk stukje papier voordat ik het verscheur, deel uit van een eigen wereld. De stukjes hadden hun eigen verhaal; in mijn werk vormen ze een nieuw geheel. De figuren in mijn werk hebben een metamorfose ondergaan en soms, als ik in mijn atelier zit, kijken ze me aan alsof ze nog moeten wennen aan hun nieuwe omgeving. Maar ja, dan is het al te laat denk ik altijd maar. Als kind werd ik regelmatig voor jongetje aangezien. Ik vind dat een spannend gegeven, vandaar mijn fascinatie voor het androgyne. In mijn werk probeer ik de onduidelijkheid over sekse en identiteit weer te geven, die tussentijd waarin iemand kan zitten en de dubbelheid daarvan.
Jenny Wilson: Voor mij is schilderen een alchemisch proces waarin vorm ontstaat en tegelijkertijd uit elkaar kan vallen. Verf is een vloeibaar medium die het instabiele probeert te stabiliseren, te grijpen en fixeren. Vormen komen boven drijven, half af en met een quasi-lichamelijke tactiliteit. Dierlijke of menselijke verschijningen doemen op. Deze zijn nog in het proces van beweging en ontwikkeling, ergens in een tussenplaats, een droom wereld. Zij spelen met het fundamentele automatisme van beeldherkenning.