De relatie tussen het organische en het functionele is het uitgangspunt bij uitstek van het functionalistische denken in de architectuur. Voor een hele generatie architecten golden de organisatieprincipes van natuurlijke organismen als leidend principe. Wanneer Hermann Muthesius pleit voor constructieve eerlijkheid, verheft hij de tektoniek van de plantenwereld en de tektoniek van het menselijk lichaam – dat hiermee meteen als een organische entiteit, als onderdeel van de natuur naar voren wordt geschoven – tot na te volgen model. Een analoog idee over het natuurlijke als norm (tegenover het historische als voorbeeld) vindt men bij Henry Van de Velde. Ook in het functionalisme schemert dus de opvatting door dat architecturale principes gebaseerd dienen te zijn op principes die voorkomen in de natuur. Louis Sullivan gaf hiertoe de aanzet met de gedachte dat de vorm op een organische manier moet voortvloeien uit de functie, een ‘universele wet’ die hij afleidde uit het feit dat de uiterlijke verschijningsvorm van natuurlijke objecten onveranderlijk het innerlijk, het ‘aangeboren wezen’ uitdrukt. - (www.oxumoron.org)
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!