De Sixtijnse Kapel (Italiaans: Capella Sistina; Engels: Sistine Chapel) werd gebouwd tussen 1475 en 1483 in opdracht van Paus Sixtus IV, naar wie de kapel genoemd werd. Paus Sixtus IV had een huiskapel nodig en gaf de opdracht aan de architect Giovanni dei Dolci er een te bouwen. De eerste mis, opgedragen aan de Hemelvaart van de HeiligeMaagd, werd gehouden op 9 augustus 1483.
Sixtijnse kapel vanaf de koepel van de St. Pieter
Architectuur De kapel heeft een rechthoekige grondvorm en is 40,23 meter lang, 20,70 meter hoog en 13,41 meter breed, waarmee het de exacte afmetingen heeft van de tempel van Salomo zoals die beschreven wordt in het Oude Testament.
De vloer heeft een prachtig patroon (opus alexandrium). Het plafond bestaat uit afgeplat tongewelf. De kapel wordt in tweeën gedeeld door een marmeren transenna. Het geheel is ontworpen door Baccio Pontelli.
Een deel van de wand met de deur stortte in 1522 in, waarbij de fresco's verloren gingen. Ze toonden scènes uit de levens van Jezus: de opstanding (Domenico Ghirlandaio), en Mozes: discussie over het lichaam van Mozes (Luca Signorelli). Ze werden enkele decennia later vervangen door werken van Hendrik van den Broeck en Matteo da Lecce, die weer de oorspronkelijke onderwerpen uitbeeldden.
De gewelfschildering Het plafond was oorspronkelijk azuurblauw geschilderd en met gouden sterren gedecoreerd door Pier Matteo d'Amelia.
Paus Julius II besliste in 1508 dat er een nieuw fresco overheen geschilderd moest worden. Hij contracteerde Michelangelo, hoewel deze zich tot dan toe vooral met beeldhouwen bezig had gehouden. Michelangelo schilderde de fresco's tussen 1508 en 1512 voor een bedrag van 3000 dukaten.
Om het gewelf te kunnen beschilderen, had Michelangelo een steiger nodig. De architectBramante stelde voor om er een te bouwen die kon worden opgehangen aan het gewelf, maar Michelangelo dacht dat dit gaten zou achterlaten, en bouwde daarom zijn eigen steiger.
De eerste gipslaag bleek te nat zijn, waardoor er zich schimmel op vormde; Michelangelo's assistent Jacopo l'Indaco bedacht daarop een nieuwe samenstelling voor het gips, intonaco genaamd. Dit mengsel wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt bij het aanbrengen van fresco's. Toen Michelangelo klaar was met het gewelf, had hij meer dan 300 figuren geschilderd, hoewel hij was gecontracteerd om slechts de twaalf apostelen af te beelden. In het midden bevindt zich De Schepping, waarop te zien is hoe God Adam het leven geeft.
Het Laatste Oordeel In 1535 werd Michelangelo opnieuw benaderd voor een schilderopdracht in de kapel. Deze keer moest de muur achter het altaar beschilderd worden met een afbeelding van het Laatste Oordeel. Het fresco werd in 1541 voltooid, maar was het onderwerp van een hevige controverse binnen het Vaticaan: Michelangelo had veel figuren geheel naakt en met zichtbare geslachtsdelen afgebeeld. De ceremoniemeester van de paus, Biagio da Cesena, beklaagde zich openlijk bij Paulus III over zoveel naaktheid, waarop Michelangelo hem in de rechterbenedenhoek van het schilderij afbeeldde als Minos, de rechter van de Onderwereld, wiens penis verzwolgen wordt door een slang. Veel van de genitalia werden later met geschilderde vijgenbladeren bedekt door Daniele da Volterra.
De Sixtijnse kapel wordt nog steeds gebruikt door de paus, meestal voor plechtige ceremonies. Na de dood van een paus komen de kardinalen er bijeen om een nieuwe paus te kiezen. Verder maakt het gebouw deel uit van de Vaticaanse musea.