Kunstkanaal kunstbus

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

klik voor grotere afbeelding

De Appel - ''A tor Alibi''
Kunstenaars: James Beckett (RSA, 1977), Mariana Castillo Deball (MEX, 1975), Sebastian Diaz Morales (ARG, 1975), Suchan Kinoshita (JAP, 1960), Brian O'Connell (BEL, 1972), Tine Melzer (GER, 1978), Irene Kopelman (ARG, 1974), Maria Barnas (NL, 1973)
Curators: Uqbar Foundation

"A tor Alibi"
alibi: Latijn, elders, van alius
Het verweer dat iemand op het moment waarop een strafbaar feit is gepleegd niet was op de plaats van de misdaad; ook: het feit of de toestand van het elders verkeren op dat moment


De wetenschap heeft een repertoire aan afbeeldingen voortgebracht die een weergave zijn van natuurverschijn­selen of wereldbeelden. De relatie tus­sen deze afbeeldingen en de realiteit is complex in de zin dat hun betekenis veranderlijk is. De representatie (of verbeelding) wordt niet bepaald door de realiteit; het wordt beïnvloed door ons wereldbeeld, alhoewel het er niet nood­zakelijkerwijs door wordt bepaald. Net als bij een alibi, is er bij represen­tatie een 'volle' en een 'lege' plaats die zich tot elkaar verhouden als com­penserende vaten. Bij een gewoon alibi komt er altijd een eind aan dit proces: de realiteit brengt op een gegeven brengt een halt toe aan de veranderin­gen in betekenis. Bij de geschiedenis van de representatie verschuiven de posities van de actoren steeds: beteke­nis wordt soms gebruikt om de vorm te duiden; in andere gevallen wordt de betekenis overtroffen door de vorm.

Voor "A For Alibi" werd een groep kunstenaars uitgenodigd een project te ontwikkelen met als uitgangspunt de collectie wetenschappelijke instru­menten van het Utrechtse Universiteits­museum. Ze creëerden hiermee een pro­ductieve spanning tussen verschillende momenten in de geschiedenis. De vragen die door de kunstenaars werden opgeroe­pen en de manier waarop zij gebruik hebben gemaakt van de collectie houdt zich verre van een academische benade­ring. "A tor Alibi" draagt bij aan het verkennen van het verloop van de weten­schapsgeschiedenis vanuit een ander perspectief, waardoor een nieuw verhaal ontstaat. Het project bestaat uit ver­schillende fasen, waaronder een sympo­sium, doorlopend onderzoek binnen de collectie, een tentoonstelling en een publicatie.

De Uqbar foundation, de samensteller van de tentoonstelling, wil een platform zijn voor interdisciplinaire praktijk en discussie. Zo ontstaat een dialoog tussen kunstenaars, wetenschappers en instellingen, hetgeen weer nieuwe samen­werkingsvormen kan genereren. Het is de stellige overtuiging dat het verleggen van de grenzen van de kunstpraktijk naar andere kennisgebieden en het ont­wikkelen van nieuwe 'denkruimtes' van groot belang is om het platform voor productie en discussie te verkrijgen.

De kunst brengt een 'ruimte' voort die niet gebaseerd is op specialisatie maar met een open vizier kijkt naar de huidige algemene staat van de mensheid. Uqbar wil deze capaciteit van de kunsten onderzoeken en streeft daarvoor een nauwe samenwerking na met verschillende kennisgebieden, personen en instellingen, zoals musea, universiteiten, archieven en bibliotheken. De manier waarop verschillende disciplines en kennisgebieden de wereld benaderen, hoe deze methoden functioneren en hoe ze bijdragen aan collectieve noties over de realiteit zijn centrale vragen voor Uqbar. Uqbar is een organisatie opgericht door Irene Kopelman en Mariana Castillo Deball.

Het Utrechtse Universiteitsmuseum heeft een belangrijke collectie wetenschappelijke instrumenten die een uitgebreide periode beslaat en gespecialiseerd is in optische instrumenten. Vanuit wetenschapshistorisch oogpunt is het significant het museum naast de instrumenten zelf, ook andere objecten bezit die nodig waren voor de observaties en metingen. De collectie wordt actief gebruikt in allerlei activiteiten, zoals tentoonstellingen, workshops, symposia, openbare demonstraties van de instrumenten, gastwetenschappers en intern onderzoek. Tijdens het project was het van belang dat de kunstenaars ook daadwerkelijk toegang hadden tot het depot van het museum, zodat ze een sterkere relatie met de collectie konden ontwikkelen door zelf langs de stellingen en door de gangen te dwalen. De kunstenaars hadden geen vooropgezet idee van wat ze er zouden aantreffen. Ze ontdekten objecten en documenten die door de gemiddelde museumbezoeker waarschijnlijk over het hoofd zouden worden gezien. Hoewel het gebruik van de bronnen geen academisch doel diende, was het in zekere zin toch experimenteel, omdat het materiaal op verschillende manieren getransformeerd, gemanipuleerd en vertaald werd.
Tijdens het proces kwamen een paar belangrijke vragen naar voren. De aandacht was niet gericht op de instrumenten zelf maar op de manier waarop subject en object steeds transformeerden. Het subject werd het middelpunt van een activiteit, het object de stuwende kracht van een gedachtegang.
Hoe begrijpen we de wereld en hoe veranderen wij door onze eigen ontdekkingen, methoden en theorieën?
Waar liggen de grenzen van de wetenschappelijke praktijk en hoe verhouden zij zich tot andere maatschappelijke aspecten buiten de wetenschap?
Wat gebeurt er als het subject en bestudeerde object hetzelfde zijn?
Hoe kunnen wij onszelf observeren
en met onszelf experimenteren?

Sebastian Diaz Morales
"Simulacrum", 2007
Spiegels, metaal, hout, media player 3 video's: duur: Simulacrum 1: 13:00 min. / Simulacrum 2: 10:00 min. / Simulacrum 3: 10:00 min.

"Prototype of Boxes (Box of Step, Box of Cosmos)", 2005-2006
Hout, aluminium plakband, DVD media players.
Duur: "Box of Step" 4:16 min, "Box of Cosmos" 7:40 min
Sebastian Diaz Morales werkt in uiteen­lopende genres: documentaire, epische film, narratieve pamfletten, korte film, cinematografisch essay en dichtkunst overlappen elkaar. Hij is geïnteresseerd in de manier waarop de werkelijkheid subjectief ervaren, gefilterd en geana­lyseerd wordt. Deze serie installaties (Prototypes en Instrument) brengt een groep werken bijeen, die een abstract beeld geeft van de oorsprong, het lot en de huidige aanwezigheid van het bewuste en het begrip van de mensheid. De teksten van Jean Baudrillard ("Simulacres et Simulation") waarin hij de hedendaagse wereld als een hyperrea­liteit voorstelt met het simulacrum als dominant systeem vormen het uitgangspunt voor "Simulacrum". Indien de realiteit een simulacrum is, dan vernietigt het caleidoscopische beeld van de realiteit - de oneindige herhaling van haar afzon­derlijke delen - de verschijning van de hedendaagse wereld, waarbij haar taal wordt ontmaskerd en gereconstrueerd in een andere mogelijke werkelijkheid. Wij zijn in een tijdperk beland waar derde­graads simulacra onze levens domineren, waar het beeld iedere connectie met de werkelijkheid is kwijtgeraakt.
"Prototype of Boxes (Box of Steps, Box of Cosmos)" brengt een samenhang tot stand tussen de ontdekking van een men­selijke voetafdruk door een archeoloog - het vroegste bewijs van de migratie van mensen op Amerikaanse continent, althans voorzover vandaag de dag bekend is -, tot en met de metingen van de ruimte via beelden van de Hubble tele­scoop en 3D reconstructies van ons sterrenstelsel. De dozen'creëren zo een abstract mentaal beeld van de grenzen van tijd en ruimte, in tegenstelling tot gearchiveerde kennis of een precies gelokaliseerde bron van informatie.

Tine Melzer
"The Reading- machine"
Boeken, 2007 - ... .
Sinds een aantal jaar doet Tine Melzer onderzoek naar taal. Naast haar artis­tieke opleiding heeft ze verschillende taalkundige cursussen gevolgd en het onderwerp grondig bestudeerd. "The Reading-machine" is de titel van een zich steeds uitbreidende hoeveelheid boeken in verschillende talen. Elk boek bevat het begin van een verhaal over een onmogelijke onderneming. Elk boek­deel is een poging te vertellen over een man die besloten heeft om alle boe­ken in hun geheel te lezen. Van elk deel is de eerste bladzijde van het eerste hoofdstuk te zien. De teksten zijn vanuit verschillende perspectieven geschreven en in verschillende genres en literaire categorieën. De mislukte verhalen wijzen op een onbeperkt aantal manieren waarop geprobeerd kan worden iets onuitvoerbaars te doen. "The Reading-machine" probeert alle onver­telde verhalen en onhaalbare plannen in kaart te brengen. Beide pogingen zijn even absoluut en even absurd. Tijdens de expositie in de Appel zullen meer boeken over dit oneindige streven aan de bestaande delen worden toegevoegd.

"Sentences", 2007, Geluid / Installatie
Tijdens de onderzoeksperiode van "A for Alibi" raakte Melzer geïnspireerd door vroege instrumenten voor het produceren van stemmen en spraak. Ze is gefasci­neerd door deze pogingen machines te maken voor menselijke fenomenen.
Alle 'mechanieken' voor spraakmachines zijn gebaseerd op de rol die we toebe­delen aan de eenheden van de gesproken taal: geluiden, woorden of zinnen. De poging een machine te bouwen voor de universele eigenschappen van taal heeft ontelbare beginpunten, maar kan nooit worden voltooid.

Maria Barnas
"The writing room", 2007 (Reposition 3), offset publicatie­, 12 pages
In de "Reposition-serie" kijkt Maria Barnas naar het soort invloed van fei­telijke en historische, kennis op datgene dat we begrijpen en zien. Tekst en beelden worden ingezet om interpretatie­en perceptiemechanismen te onderzoeken en zichtbaar te maken. "Reposition 3" volgt een spoor van dubieuze representa­tie. "The Writing Room" laat zien wat er gebeurt wanneer historici vast blij­ven houden aan een authentieke situatie uit het verleden en wat er gebeurt wan­neer de geschiedenis het roer overneemt. Is de historische wetenschap een kunst der enscenering? De schrijfkamer op de derde verdieping van het huis in Frankfurt waar Johann Wolfgang Goethe op 28 augustus 1749 werd geboren en waar hij opgroeide met zijn zus Cornelia, vormt het onderwerp van het werk. De schrijfkamer was Goethe's domein. Hier schreef hij zijn vroege werk: gedichten, toneelstukken (de eerste versie van 'Faust'), lyrische drama stukken, sati­res, en de novelle 'Die Leiden des jun­gen Werthers'. Alle foto's zijn geno­men om de kamer in authentieke staat weer te geven zoals zij door de schrij­ver werd gebruikt, en zijn afkomstig uit het archief van het Goethe Huis in Frankfurt.

Brian O'Connell "Case 111.1-111.8", 2007
Hout, glas, koper en soldeersel
O'Connel1 houdt zich bezig met de rela­tie tussen index en referentie, waarbij hij laveert tussen de grenzen van naam, beschrijving en verhaal. Met een zeer eenvoudig stel regels als vertrekpunt, plaatst hij elementen binnen een bepaald kader. Voor "A for Alibi" reconstrueerde hij een archiefdoos uit het depot van het Universiteitmuseum (doos 111.1-111.8), waarbij hij gebruik maakte van de enige beschikbare infor­matie uit de catalogus: een lijst met de afmetingen van ieder object, inclu­sief doos-, plank- en objectnummer. Deze inventaris kan worden gezien als de opslagplaats voor alle aanvullende betekenissen en toegevoegde waarden (sociaal, cultureel en institutioneel) die de objecten binnen de collectie representeren. Ieder object wordt weer­gegeven door een glazen kist, waarvan de afmetingen exact dezelfde zijn als die van het item in de catalogus waar­naar het verwijst. De catalogus brengt ieder object terug tot de drie afmetin­gen die de maximale omvang van elk object omschrijven. Het resultaat is een 'gecatalogiseerd volume'. Dit volu­me overschrijdt noodzakelijkerwijs het fysieke volume van de collectie zelf, waardoor de dozen die haar omsluiten elkaar onvermijdelijk binnendringen. Uiteindelijk gaat dit project dus over overschot, over datgene dat niet terug gebracht tot of omsloten kan worden door een doos.

Irene Kopelman
"Latitude", 2007, Drieluik
Diorama, hout, papier-maché, gips, modellen van geglazuurd aardewerk
Tekening, potlood op papier
Serie beelden, geglazuurd aardewerk
Irene Kopelman is geïnteresseerd in de manieren waarop de wetenschap een dia­loog aangaat met de kijker en hoe die zich verbindt aan de werkelijkheid door orde aan te brengen in informatie; door gebruiksvoorwerpen tentoon te stellen, door een archief op te zetten of door de bijbehorende catalogus samen te stellen. Een van de hoofdlijnen in haar werk is de geschiedenis van de repre­sentatie. In haar werken met de collec­tie van het Universiteitsmuseum heeft ze verschillende kwesties bestudeerd en onderzocht die in verband staan met manieren van observatie en representa­tie en de historische instrumenten die werden gebruikt om verschillende aspec­ten van de realiteit te zien, te orde­nen en over te brengen. Voor de ten­toonstelling in de Appel heeft ze als uitgangspunt een diorama (kijkkast) genomen, een manier van tentoonstellen die vaak wordt gebruikt in natuurhisto­rische musea. De schoonheid van de landschappen die in het diorama worden afgebeeld komt voort uit de wens een ver verwijderd landschap te begrijpen en het vervolgens in een model vast te leggen, zodat we het kunnen bezitten en ernaar kunnen kijken in onze eigen musea. Inherent aan deze diorama's is de belofte dat het onbegrijpelijke begrepen kan worden. 'Latitude' is een drieluik waarin, door middel van ver­schillende representatiemethoden, het concept landschap wordt onderzocht en de wens een denkbeeldig en ver verwij­derd gebied te bekijken en te bezitten.

Suchan Kinoshita
"... aber auch dann liebt ein fehler." (... maar zelfs dan heeft een fout lief.), 2007
Installatie met geluid en licht

"Het uitvoeren van de fout als een
onvermijdelijke stap in de richting
Van het creëren van een platform
een lezing of een mening.
Een ruimte waar deze fouten
kunnen plaatsvinden."

Het werk van Suchan Kinoshita is een speelse benadering van taal en communi­catie. Kinoshita manoeuvreert zich tus­sen verschillende media zoals performan­ce, installatie, tekenen, video etc. om een serie experimenten uit te voeren. De experimenten zijn niet vastgelegd volgens een bepaald stramien, ze kunnen altijd anders zijn. Een serie gefragmen­teerde en kleine gebaren wordt uitge­voerd en verbonden in verschillende com­binaties. Het idee is niet om samenhan­gende en betekenisvolle constellaties te maken; integendeel, het heeft meer van het bereiken van de grenzen van het begrip en de rationaliteit. Kinoshitas werk is niet vanuit een enkel gezichts­punt te bekijken; er is geen eenduidige neutrale interpretatie, maar een voort­durende persoonsgebonden translatie.

Mariana Castillo Deball
video; muziek: Time Rehearsal, Santiago Santero; Mambo 27, Perez Prado; stem: Nawroz Abbany, Seamus Cater
duur: 30:00 min
Mariana Castillo Deball is gefascineerd door de mechanismen die wij gebruiken om ons leven te organiseren en ook is ze geïnteresseerd in de grenzen van zulke structuren, waarin zich onvermij­delijk lekken voordoen. Haar werk voor "A for Alibi" is gebaseerd op het feno­meen blackboxing. Blackboxing is de term die in wetenschapstudies wordt gebruikt om de manier aan te geven waarop de wetenschappelijke en technische arbeid door het eigen succes onzichtbaar wordt gemaakt. Als een machine efficiënt werkt, dan hoeft men zich enkel op de input en output te richten en niet lan­ger op de interne complexiteit ervan. De paradox is dat des te meer de weten­schap en de techniek slagen in hun opzet, des te meer ondoorschijnend ze worden. Blackboxing is het proces dat de samenwerking tussen spelers en arte­facten geheel ondoorschijnend maakt. Castillo Deball is geïnteresseerd in instrumenten, individuen en gebeurtenis­sen die aan het blackboxing effect zijn ontsnapt: verhalen met een open eind, dubbelzinnige personages, onvolledige objecten enzovoorts. Normaliter behoren deze tot een proces waarvan zij uitein­delijk uitgesloten worden, of hun inte­resses en relaties vallen in andere categorieën, waardoor het onmogelijk is om ze op een specifieke plek vast te pinnen. Deze versplinterde delen van de denkbeeldige machine veroorzaken kettingreacties, alsof de brokstukken een connectie, een plek, een klein plekje zouden proberen te vinden waar ze even kunnen aarden.

James Beckett
"Rabbit to Score", 2007, in samenwerking met Koen Nutters,Courtesy BüroFriedrich, Berlijn
"Untitled Plattings", Courtesy BüroFriedrich, Berlijn
Geluid speelt een belangrijke rol in het werk van James Beckett: het is de basis van onderzoek dat resulteert in radio documentaires, namaak etnische bandjes, en museale presentaties die de culturele en fysiologische effecten van geluid documenteren.
Zijn werk "Rabbit to Score" is een vertaling van informatie vergaard uit vroege experimenten met dieren naar een muzikale expressie. De lijnen die het gedrag van een dier door de tijd heen representeren, heeft Beckett beschouwd op hun muzikale potentieel en vervolgens vertaald naar een partituur die kan worden uitgevoerd door allerlei instru­mentatie, ditmaal gearrangeerd voor con­tra bas en twee bas gitaristen. Beckett vond het bronmateriaal in een zogenaamde overgangssectie van het Universiteits­museum Utrecht, een ruimte waar zich het materiaal bevindt dat nog geïdenti­ficeerd en geplaatst moet worden.

"Beckett-Beaumont"
stropdas
Courtesy T293, Naples
Oorspronkelijk diende de Schotse ruit ter aanduiding van een clan, familie of district. Hier is de spatiëring, kleur en dikte van de lijnen afgeleid van experimenten met de spijsvertering door William Beaumont "Father of Gastric Physiology" (1785-1853). Beaumont kon onderzoek doen in de binnenkant van een levend persoon toen de soldaat Alexis St. Martin was neergeschoten in de abdo­men, wat een gat in de maag eroorzaakte. Door dit gat kon hij stukjes voedsel direct in de maagsappen plaatsen om de duur van spijsvertering te testen.
De kleuren van de lijnen refereren aan het koken, de dikte van de lijnen aan de duur van de spijsvertering en de positie van de das verwijst naar het voedsel dat is verteerd. Sinds haar registratie eind 2006 is de "Beckett­Beaumont" een officiële Schotse ruit.
De kunstenaar bedankt:
Courtesy BüroFriedrich, Berlijn; T293, Napels

Meer informatie over deze tentoonstelling is te vinden op www.kunstbus.nl/agenda/2007/20070526190440.html