Kunstkanaal kunstbus- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Stedelijk Museum CS, vrijdag 1 juni, 17 - 19 uur. The Monique Zajfen Collection is gekoppeld aan The Vincent Award, de belangrijke tweejaarlijkse prijs voor Europese hedendaagse kunst, en wordt in nauwe samenwerking met het Stedelijk Museum opgebouwd. Het fundament van The Monique Zajfen Collection bestaat uit aankopen van werken van winnaars van The Vincent Award. De collectie wordt uitgebreid met andere aankopen op het gebied van hedendaagse kunst. Het op deze manier tot stand brengen van een collectie ten behoeve van een museum betekent de introductie van een nieuwe vorm van modern mecenaat in Nederland. Dankzij de bruiklenen is het Stedelijk Museum in staat substantieel meer hedendaagse kunst te tonen, die complementair is ten opzichte van de eigen collectie. Met The Present is voor het eerst te zien wat er sinds 2006 binnen The Monique Zajfen Collection verzameld is. Bij het betreden van de tentoonstelling kijken drie karikaturale figuren, een soort vogelverschrikkers, van het monumentale openingsbeeld van Thomas Schütte dreigend de zaal in. De kale mannen refereren aan de Chinese cultuur, terwijl ze met de dekens om hun schouders ook zwervers zouden kunnen zijn. Ze hebbben The Believer van Marlene Dumas tegenover zich, een portret van een Palestijnse zelfmoordenaar uit haar serie Mankind. Het schilderij maakt duidelijk dat het beeld van mediterrane mannen niet meer waardevrij is wat hun uiterlijk betreft, wij kunnen althans niet meer onbevooroordeeld naar ze kijken. In dezelfde zaal speelt ook Mike Kelley met Mr. and Mrs. Hermaphrodite met conventies, in dit geval met de seksuele kenmerken die bij man en vrouw horen. Wilhelm Sasnal geeft in een serie schilderijen herinneringen aan Japan weer, terwijl Neo Rauch het Pruisische- en DDR-verleden verbindt met de actualiteit. In de volgende zaal kan de bezoeker plaatsnemen tussen de monitoren van de video-installatie The Dancers van Pawel Althamer. De kunstenaar is via social intervention te werk gegaan: hij sloot met dakloze mannen een contract om ze te mogen filmen, naakt hand in hand dansend, een verwijzing naar ontheemd zijn, en naar Matisse. Een paar stappen verder roept Lisa Yuskavage meisjeskamerromantiek op met een erotisch geladen mierzoet schilderij – haar eerste werk in de collectie van een Europees museum. Het onwerkelijke meisje is badend in een gouden gloed afwezig en onbereikbaar, meer een afbeelding van een curieus ideaalbeeld dan een echt mens. In de laatste zaal presenteert Paul Graham een ander soort escapisme: hij fotografeerde tieners in discotheken en laat een onthechte generatie zien die de nacht prefereert boven de dag. Eija-Liisa Ahtila en George Condo tonen de mens in (psychische) verdrukking, vermalen tussen de kaken van de moderne maatschappij. Ahtila's videowerk The Present, tevens de titel van de tentoonstelling, handelt over vrouwen die gekweld worden door obsessies en die zichzelf vergiffenis als geschenk zouden moeten geven. Zie ook www.thevincentaward.eu Pawel Althamer (1967, Warschau) is zowel een traditionele beeldhouwer als een performance kunstenaar. Hij maakt onder meer folkloristisch uitziende sculpturen in de vorm van menselijke figuren. Deze zijn opgebouwd uit natuurlijke en organische materialen zoals hooi, varkensblaas en dierlijke testikels. Voor zijn geëngageerde performances, acties en evenementen gebruikt hij meestal individuen die aan de zijlijn van de maatschappelijke orde staan: zwervers, alcoholisten, gepensioneerden en kinderen. Deze laat hij een rol aannemen die ze in het dagelijks leven niet (meer) kunnen spelen. In de videoinstallatie The Dancers dansen elf naakte oudere mannen en vrouwen hand aan hand in het rond, van beeldscherm naar beeldscherm springend. Deze dansers zijn afkomstig uit een tehuis voor daklozen. Hun dansen is schrijnend, wat aansluit bij het terugkerend thema van de vervreemding in het werk van Althamer: het verregaande isolement van het individu in de hedendaagse samenleving. Eija-Liisa Ahtila (1959, Hämeenlinna, Finland) stelt in haar werk verhalen aan de orde die gaan over opgebroken relaties, persoonlijk verlies, over de dingen die mensen uit elkaar en tot wanhoop drijven. Vaak berusten ze op de alledaagse werkelijkheid en gaan ze over ogenschijnlijk gewone mensen. Aan de hand van hun observaties, emoties en fantasieën vertelt Ahtila haar verhalen. Deze spelen zich gelijktijdig af, maar ontberen een chronologische logica. In haar werk laat Ahtila zien dat het mogelijk is om een verhaal niet alleen rechtlijnig te vertellen. De fysieke ervaring speelt hierbij een belangrijke rol. Door de ruimtelijke opstelling van de verschillende televisietoestellen ontwricht Ahtila het verhaalverloop. Tegelijk draagt dit bij aan het gefragmenteerde beeld dat we krijgen van de verschillende personages en hun onderlinge verhoudingen. De gebruikte beelden doen soms denken aan filmtechnieken in commercials en videoclips. Dit versterkt de herkenbaarheid van Ahtila's wereld, die zich bevindt tussen fantasie en werkelijkheid. George Condo (1957, Concord N.H.) schildert groteske, karikaturale mensbeelden. Op kritische en kolderieke wijze becommentarieert hij de vrouwvoorstellingen van Picasso en De Kooning. Condo behoorde in de jaren tachtig in New York tot het milieu van de postmoderne kunstenaars die zich de meest uiteenlopende stijlen en inhouden toeeigenden en wiens hedonistische lifestyle paste in de trend van het toenmalige yuppendom. Hij trok er evenwel tussenuit om zich in Parijs te vestigen en zich te verdiepen in de rijke traditie van de Europese schilderkunst, met name het werk van Goya, Rubens, Manet en Picasso. Condo schept er een groot genoegen in vrouwbeelden als tragikomische poppen te schilderen die karikaturale trekjes hebben. Het werk van Marlene Dumas (1953, Kaapstad) gaat vaak over de spanning tussen kijken en bekeken worden – in feite over het probleem van interpretatie. Ze werkt veelvuldig naar bestaande afbeeldingen, van pornoplaatjes en politiefoto's tot kunstreproducties, die ze verzamelt in een persoonlijk beeldarchief. Het beeldmateriaal weerspiegelt de maatschappelijke normen en waarden die onze manier van kijken bepalen: Dumas ondergraaft graag (voor)oordelen en legt de tegenstrijdigheden hierin bloot. Zij kan zich niet vinden in het ideaal van het tot de essentie teruggebrachte kunstwerk: voor haar is er niet één essentie, niet één waarheid. In haar recentste schilderijen en aquarellen stelt Dumas het maatschappelijke debat over de multiculturele samenleving aan de orde. In plaats van stelling te nemen, legt zij ons de vraag voor: in hoeverre is een gezicht de spiegel van de moraal? Paul Graham (1956, Harlow) gebruikt en misbruikt klassieke fotografische genres – het portret, het landschap, het stilleven – om een topografie van culturen in kaart te brengen. In het boek The End of an Age legde Graham de bewegingen van de uitgaansjeugd vast, zonder oogcontact. Zijn fotografische werkwijze wijkt echter sterk af van gangbare professionele documentaire fotografie. Hij zondigt zo tegen alle fotografische conventies, dat gesproken kan worden van anti-fotografie: de foto's vertonen vlekken, de beelden zijn afwisselend vaag en scherp, de camera wordt vaak niet stil gehouden, het flitsapparaat verkeerd ingezet en kleurenfilters niet gebruikt. Dit alles leidt tot portretten die in hun uitvoering niets hebben van de gladde en gelikte fotografie, waarvan de wereld vergeven is. Zijn ongebruikelijke en expressieve foto's onthullen hoe sociale relaties en politieke gebeurtenissen zich manifesteren in het alledaagse. Mike Kelley (1954, Detroit, Michigan) houdt zich vanaf 1978 bezig met performances, in samenwerking met onder andere zijn collega-kunstenaar Paul McCarthy en de rockgroep Sonic Youth. Daarnaast maakt hij tekeningen, schilderijen, foto's, films, objecten en ruimtelijke installaties. In zijn werk stelt hij de gangbare ideeën over ideologieën, kunst en goede smaak ter discussie. Hoofdthema is de mentaliteit van de Amerikaanse samenleving, zoals die gevormd is door religie, familierelaties en seksuele moraal. Mr. and Mrs. Hermaphrodite toont een naar elkaar toegewende man en vrouw in profiel. De fysieke seksuele kenmerken, zoals vagina, fallus en borst zijn onderling verwisseld. De wijze waarop ze voorgesteld zijn doet denken aan de klassieke Griekse vaasschilderkunst met haar soms onverholen erotische voorstellingen. Neo Rauch (1960, Leipzig) schildert complexe verhalende beelden in bleke, kalkachtige kleuren op grote formaten. Zijn schilderijen, waarbij archetypisch menselijke figuren en desolate utopische locaties beeldbepalend zijn, ademen een hallucinerende sfeer. Verstilde industriële landschappen, statische alledaagse taferelen, kleur- en compositievarianten maken deel uit van zijn filmische wereldbeeld. Zijn realistische beeldtaal laat zich karakteriseren als een fictieve mengeling van motieven uit voormalige DDR-reclame en Amerikaanse comic-strips, met duidelijke verwijzingen naar de Popart. Rauch wordt tot de belangrijke hedendaagse Europese schilders gerekend. Zijn werk komt voort uit de Duitse realistische schilderstraditie en wordt geroemd om de grote zeggingskracht. Wilhelm Sasnal (1972, Tarnów, Polen) is één van de leidende figuren van de jongste generatie Poolse schilders. Voor zijn schilderijen, maar ook voor zijn tekeningen en films, haalt hij zijn inspiratie in de eerste plaats uit de massamedia. Hieruit kiest hij bij voorkeur de meest banale, 'oninteressante' beelden, maar dat betekent niet hij actuele of kritisch-politieke onderwerpen uit de weg gaat. Sasnal is geïnteresseerd in het publieke leven, de maatschappelijke realiteit en de 'taal' van de media. Zijn schilderijen hebben echter een duidelijk persoonlijk karakter. Sasnal onderzoekt hoe herinnering in beeld is te vangen. Hij blikt daartoe geregeld terug in de geschiedenis. Net als ons moderne leven worden Sasnals schilderijen gekenmerkt door tegenstellingen. Heden en verleden, maar ook bijvoorbeeld abstractie en figuratie zijn op hetzelfde moment even sterk aanwezig. Lisa Yuskavage (1962, Philadelphia) is één van de meest controversiële schilders in Amerika. Haar werk was tot nu toe zelden in Europa te zien. Persimmons is dan ook het eerste schilderij dat in een Europees museum terecht komt. Haar vaak kleine schilderijen baarden in New York opzien door de mierzoete kitscherige wijze waarop zij jonge dikke meisjes afbeeldt. Haar modellen, klein van stuk, vindt zij meestal op straat. Deze zijn al eens omschreven als 'quasi-pornografische sirenen' en 'anatomisch onmogelijke bimbo's'. De virtuoos geschilderde vleeskleurige lustobjecten, mengsels van schoonheid en banaliteit, geven een knipoog naar zowel het feminisme als naar het machismo. Deze provocerende betekenislagen worden daarbij gecombineerd met een bijna abstracte interesse in de werking van het licht, dat als een rozige gloed over het oppervlak van het schilderij ligt. In dertig jaar heeft de Duitse kunstenaar Thomas Schütte (1954, Oldenburg) een veelzijdig oeuvre opgebouwd van sculpturen, tekeningen, aquarellen, foto's en grafiek. Zijn werk wordt gekenmerkt door een grote diversiteit. Er is geen sprake van een ontwikkeling in een rechte lijn; daarvoor verschillen de werken te veel in karakter. Veeleer is er sprake van groepen werken, die naast elkaar hun bestaansrecht opeisen. Three Capacity Men komt voort uit de serie United Enemies, aan elkaar gebonden kleine commedia dell'arte-achtige wasfiguren met uiterst expressieve gezichten. De metalen staketsels, bekleed met gele en paarse gewatteerde dekens, stellen uitgemergelde gebochelde figuren voor, met grote knokige grijze koppen en ingevallen gezichten. De expressieve geopende monden lijken te spreken, kreunen, smeken of zingen onheilspellend, om hun fysieke conditie en psychische leven tot uitdrukking te brengen. Ze schijnen als onlosmakelijk trio het geestelijke vermogen te bezitten om alle kwellingen te doorstaan door de ruimte volledig te bezitten. Dat geeft hen een heroïsche uitstraling. |