Een evangelist kan drie betekenissen hebben: 1. een schrijver van een evangelie 2. een verkondiger van het evangelie (evangelist) 3. een voorganger in een bijeenkomst ter verbreiding van het evangelie; niet-academische gevormd prediker
Evangelieschrijver Het woord evangelie komt uit het Grieks en betekent "goede boodschap".
Van vier evangelisten die het Christelijke evangelie via het schrift verspreidden is het levensverhaal van Jezus in het Nieuwe Testament van de Bijbel opgenomen. Deze evangelisten schreven het Evangelie naar Mattheus, het Evangelie naar Marcus, het Evangelie naar Lucas en het Evangelie naar Johannes.
In de beeldende kunstworden deze vier evangelisten sinds de 4de eeuw niet alleen afgebeeld in de vorm van menselijke gedaanten, maar ook als symboolgestalten. Deze laatste werden geïnspireerd door de visioenen in de Bijbelboeken Ezechiël 1 en Openbaring 4. Hierin wordt de apostel Johannes weergegeven als een adelaar, Lucas als een stier, Marcus als een leeuw en Mattheüs als een engel. Deze weergave, ook wel tetramorf genoemd (uit het Grieks: vier vormen), is waarschijnlijk van Syrische oorsprong.
Andere evangeliën zijn bekend geworden dankzij de Nag Hammadi geschriften, onder andere het Evangelie naar Maria Magdalena en het Evangelie van Thomas.
Verspreider van het evangelie (evangelist) Iemand die geen graad heeft in de theologie, en die wel het evangelie verspreidt, wordt ook evangelist genoemd. Dit is de tweede betekenis van het woord. Internationaal bekende evangelisten zijn Billy Graham, David Wilkerson, Hal Lindsey, Morris Cerullo, Reinhard Bonnke, Tim LaHaye, Benny Hinn en Johan Maasbach (1918 - 1997).
Evangelisatie Evangelisatie is de gangbare term voor het verbreiden van het christelijke geloof onder ongelovigen. Het woord is verwant aan het woord evangelie, dat letterlijk 'blijde boodschap' betekent.
Meestal worden geloofsverbreidende activiteiten in gebieden met een christelijke historie 'evangelisatie' genoemd en dergelijke activiteiten in niet-christelijke gebieden 'missie' (door katholieken) en 'zending' (door protestanten). Evangelisatie wordt lang niet door iedereen gewaardeerd. Een pejoratieve term voor evangelisatie is proselytisme of zieltjeswinnerij.
Evangelisatie wordt gemotiveerd vanuit de wens anderen te laten delen in wat men persoonlijk als waardevol ervaart, maar ook bijvoorbeeld op grond van het evangelie naar Matteüs 28:19, waar Jezus de expliciete opdracht geeft: Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heiligeGeest en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. Evangelisatie krijgt relatief meer aandacht in kerken met relatieve behoudende (of orthodoxe) opvattingen en in evangelische groepen. In Nederlanddoen vooral de Jehova's Getuigen, de ChristelijkGereformeerde Kerken en verschillende evangelische gemeenten aan evangelisatie.