Amstel Gallery
Amstel Gallery Features established and emerging artists.

Kunsthandel Marcel Gieling
schilderijen, grafiek, sculpturen en toegepaste kunst vanaf 1900 tot heden.

B&B Tytsjerk/Galerie Kunstbus
Galerie Kunstbus
Bed & Breakfast in Friesland

kunstkanaal









Geschiedenis van Vlaanderen

Van Vlaanderengouw naar Graafschap Vlaanderen
De naam Vlaanderen dook voor het eerst op in 358, toen de Franken heel de streek rond Brugge van de Romeinen overnamen en beheerden als pagus Flandrensis of Vlaanderengouw. Het gebied strekte zich uit rond Brugge tussen IJzer en Zwin en ontwikkelde zich in de volgende eeuwen tot het belangrijke Graafschap Vlaanderen.

In 862 werd de uit Laon afkomstige Boudewijn I (bijgenaamd Boudewijn met de ijzeren arm) er de eerste gouwgraaf. Hij was een telg uit de stam Morini van de Oude Belgen, een Gallisch volk. De eerste expansie bereikte Boudewijn I door een huwelijk met Judith, de dochter van de West-Frankische koning Karel de Kale, waardoor hij ook zeggenschap kreeg over de pagi Gandensis (Gent), Wasiae (Waas), Tarvannensis (Terwaan), en Rodanensis (Rodenburg, nu Aardenburg). Zijn zoon Boudewijn II de Kale vergrootte het bezit door grondverwerving maar ook door moord op tegenstanders, zoals de aartsbisschop van Reims en Herman van Vermandois. Kortrijk, Artezië, Bonen en Doornik werden door hem aan het graafschap toegevoegd. Onder Arnulf II (962) verloor het graafschap aan macht, maar diens zoon Boudewijn IV maakte het verval ongedaan en ontwikkelde wolproductie op de kustschorren, een opmaat voor de latere bloei van de belangrijkste steden Brugge, Gent, Rijsel, Kortrijk en Ieper met voornamelijk handel in wol en laken.

Inmiddels was door huwelijken een stevige band ontstaan met het Franse hof en in 1051 ontstond een (tijdelijke) personele unie met het graafschap Henegouwen door de verbintenis van Boudewijn VI met gravin Richildis van Bergen. Ook de opvolgende graven hadden nauwe banden met Frankrijk, hetgeen zich ook uitte door deelname aan diverse kruistochten.

In 1119 werd Karel de Goede graaf van Vlaanderen, een Deense prins die acht jaar later kinderloos werd vermoord na een conflict met een adellijke familie in Brugge. De opvolgingsstrijd werd met steun van de Vlaamse steden beslecht in het voordeel van Diederik van de Elzas, die in ruil de steden invloed verleende op het feodale bestuur. Zijn zoon Filips bouwde de macht verder uit door verbindingen met het Franse hof, huwde zelf een Portugese prinses maar stierf kinderloos, waardoor het graafschap vererfde aan Boudewijn van Henegouwen. Na deze tweede personele unie ontstond onder Boudewijn IX een verwijdering van Frankrijk, dat aanspraak maakte op Vlaams bezit. De graaf werd in 1205 na een kruistocht vermist en zijn 6-jarige dochter Johanna kon de daaropvolgende vermindering van macht niet keren. Twee jaar later werd zij met haar zuster Margaretha overgebracht naar het Franse hof. Vlaanderen en Henegouwen waren daardoor feitelijk onderworpen aan de Franse koninklijke familie Capet. In 1212 werd dit bekrachtigd door het verdrag van Pont-à-Vendin, waarmee Vlaanderen formeel werd overgedragen aan Frankrijk. De echtgenoot van Johanna, de Portugese prins Ferrand, verzette zich tegen het verdrag en kreeg daarbij steun van Engeland (Jan zonder Land) en Duitsland (Otto IV). Dit leidde tot een Franse inval in 1213, waarbij onder meer de stad Damme werd geplunderd. Een jaar later versloegen de Fransen te Bouvines de te hulp gesnelde Duitse keizer Otto IV. Ferrand werd gevangengenomen en Vlaanderen werd een vazal van de Franse koning Filips August. Het geraakte meer en meer betrokken bij de Frans-Engelse tegenstellingen, werd afhankelijk van de Franse kroon en werd vanaf 1226 verplicht ongunstige verdragen met Frankrijk af te sluiten.

Pas in 1297 keerde de (Franstalige) graaf Gwijde van Dampierre zich tegen de Franse invloed in Vlaanderen en sloot een militair verbond met Engeland. In 1300 was het Franse geduld op en Filips de Schone liet Vlaanderen bezetten en annexeren met hulp van Fransgezinde stadsbesturen (leliaards). Graaf Gwijde werd gevangengezet, maar kon rekenen op steun van de Liebaards: adel, ambachtslieden en boeren. Openlijk verzet vond plaats tijdens de Brugse metten op 18 mei 1302, een bloedige overval van Bruggelingen op Franse troepen die een dag eerder de onrustige stad hadden ingenomen. Het bleek de opmaat voor een bevrijdingsoffensief richting Kortrijk en op 11 juli werden de Fransen bij die stad verslagen in de Guldensporenslag onder leiding van Willem van Gulik, Gwijde van Namen, Phillipus Baelde, Pieter van Belle, en Jan III van Renesse. Vrijwel alle 2000 Franse ridders, gesteund door Godfried van Brabant, lieten in die slag het leven en 500 gouden sporen van het slagveld werden opgehangen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk.

Vlaanderen herwon zijn zelfstandigheid van vroeger, maar werd twee jaar later bij de Slag bij Pevelenberg in 1304 tijdens de onderhandelingen tot zware toegevingen gedwongen nadat die slag onbeslist eindigde. De graaf van Vlaanderen bleef onafhankelijker dan de andere Franse leenmannen, maar de Franse koning verstevigde zijn gezag en de graaf boette een deel van oude verworvenheden in. Het is pas na de Bourgondische eenmaking en de Honderdjarige Oorlog dat Vlaanderen uit het Frans leenverband werd gelicht, wat een definitief beslag vond in 1548 met de Vrede van Augsburg.

In 1323 brak in de Vlaamse kuststreek verzet uit tegen buitensporige grafelijke belastingen. De Kerels van Vlaanderen onder bevel van Nicolaas Zannekin veroverden zelfs Nieuwpoort, Veurne, Kortrijk en Ieper. Pas 5 jaar later slaagde graaf Lodewijk van Nevers er met Franse steun in de opstand na de Slag bij Kassel bloedig te onderdrukken.

Door de steun van Lodewijk van Nevers aan Frankrijk in de Honderdjarige Oorlog tegen Engeland, raakte Vlaanderen in een economische crisis nadat de Britten in 1336 de aanvoer van wol en levensmiddelen staakten. Het leidde tot het stilvallen van de wol- en lakenindustrie en een daaropvolgende verpaupering. In Gent brak als reactie in december 1337 een opstand uit tegen de Fransgezinde graaf. Onder leiding van Jacob van Artevelde werd in Gent een revolutionair bewind gevestigd dat zich in de Frans-Engelse strijd neutraal verklaarde. De graaf vluchtte naar Frankrijk en de Vlaamse steden sloten een verbond met Engeland. De Engelse wolstapel keerde weliswaar terug, maar tegelijkertijd nam de invloed van Londen op het Vlaamse bestuur fors toe. Dat niet alle Vlamingen hier gerust op waren bleek bij de moord door Gentenaren op Jacob van Artevelde bij diens terugkeer van een gesprek met de Engelse vorst Edward III. De lynchpartij werd gevoed door geruchten over een mogelijke overdracht van het graafschap aan de Prins van Wales.

In 1369 raakte Vlaanderen weer in het Franse kamp door het huwelijk van de grafelijke dochter Margaretha met de Bourgondische hertog Filips de Stoute. Deze kwam in 1382 zijn schoonvader Lodewijk van Male te hulp bij het neerslaan van een sociale opstand in Gent, ditmaal geleid door Filips van Artevelde in het voetspoor van zijn vader. Bij Westrozebeke werd het Gentse verzet vernietigd en Van Arteveldes lijk werd op een rad tentoongesteld. Twee jaar later, in 1384 werd Filips de Stoute zelf graaf van Vlaanderen en begon de Bourgondische periode.

Vlaanderen en Brabant
Het Hertogdom Brabant lag ten oosten van het Graafschap Vlaanderen. Het deelde met zijn Vlaamse buur eenzelfde taal en cultuur. Terwijl Vlaanderen een Frans leen was (hoewel de mark Ename van Vlaanderen met onder andere Aalst een deel van het Duitse Rijk was), erkende Brabant de Duitse keizer als leenheer. Politiek en economisch waren Vlaanderen en Brabant geduchte rivalen. Met steden als Brussel, Leuven, Mechelen, Antwerpen en 's-Hertogenbosch was Brabant een erg welvarende regio.

In 1106 kreeg Godfried van Leuven (Godfried met den baard) na het verwerven van Antwerpen de hertogelijke waardigheid over Neder-Lotharingen en werd tegelijk markgraaf van Antwerpen en landgraaf van Brabant, een leen van de Duitse keizer Hendrik V. De machtsuitbreiding ging niet zonder slag of stoot, want in 1139 braken de Grimbergse Oorlogen uit, een strijd tussen Brabant en de Heren van Grimbergen en Berthout die zich uitstrekte over twintig jaar. Pas na 1183 (inmiddels had ook de verwerving van het graafschap Aarschot plaatsgehad) werd Brabant zelf een hertogdom onder Hendrik I van Brabant. In 1190 eindigde de verbinding met Neder-Lotharingen na het opheffen van dat hertogdom door de Duitse Rijksdag. Verdere expansie vond plaats richting oosten. In 1204 werd een deel van Maastricht ingenomen en in 1288 versloeg Jan I van Brabant bij Woeringen de aartsbisschop van Keulen en verkreeg het hertogdom Limburg.

Aan het einde van de 14e eeuw (1384) kwam ook Brabant in handen van Bourgondische erfgenamen. Zo raakten De Lage Landen in de 15e eeuw verenigd in de Bourgondische Nederlanden, of de zogenaamde Zeventien Provinciën. Op het hoogtepunt van hun macht heersten de Bourgondische hertogen over een gebied dat zich uitstrekte over Noordoost-Frankrijk, Luxemburg en het huidige België en Nederland.

Toen in 1477 Karel de Stoute de laatste hertog van Bourgondië sneuvelde, nam de Franse koning Lodewijk XI Bourgondië zelf in bezit. De Nederlanden werden voortaan geregeerd door Maximiliaan I van Oostenrijk van Habsburg.

In 1556 kwamen de Zeventien Provinciën onder Spaans bewind, via de zoon van Keizer Karel V, Filips II. Het harde bestuur, de zware belastingen en de vervolging van de protestanten leidden tot een gewapende opstand. In 1581 scheidden de noordelijke provincies (inclusief Vlaanderen en belangrijke delen van Brabant) zich af en vormden in 1648 een aparte republiek: het latere Nederland, maar Vlaanderen en Brabant werden heroverd door Alexander Farnese, hertog van Parma en Spaanse landvoogd van de Nederlanden.

De westelijke provincies kwamen tussen 1659 en 1678 opnieuw onder Frans bewind, metname na de slag aan de Peene (de streek tussen Sint-Omaars en Ieper is Frans geworden na deze slag). In 1714 kwam de rest van de Zuidelijke Nederlanden onder Oostenrijks bestuur, na het uitsterven van de Spaanse tak van de Habsburgers en het aantreden van de Bourbons.

Frankrijk viel de Zuidelijke Nederlanden binnen in 1792, maar werd later door Oostenrijk weer verdreven. In 1794 behaalde Frankrijk een overwinning bij Fleurus en bezette de Zuidelijke Nederlanden, deze keer voor langere tijd, tot 1814.

Hier eindigt de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen definitief. Het werd omgevormd tot twee Franse departementen, departement van de Leie en departement van de Schelde, die zouden blijven bestaan als de provincies Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen.

Nederlandse periode
In 1814, na de nederlaag van Napoleon te Waterloo werden de Zuidelijke Nederlanden (het latere België) herenigd met de Noordelijke provincies van de Lage Landen. Ze kwamen onder het bestuur van de protestantse Willem I die in het katholieke zuiden vanwege de Ultramontanen en de Franstalige bourgeoisie tegenwind kreeg.

Belgische periode
In de loop van 1830 werd Willem I door een revolutie verdreven. De Zuidelijke Nederlanden werden op 21 juli 1831 een onafhankelijk koninkrijk : België.

Het jonge koninkrijk had een strak in Brussel gecentraliseerd bestuur en koos in 1830 Frans als officiële taal. Het Frans ging het openbare leven domineren en werd de taal van het gerecht, de administratie, het leger, de cultuur, de media. Frans was de taal van de politieke en economische elite. De Nederlandstaligen hadden nauwelijks politieke of economische macht. Ze werden bestuurd, onderwezen en berecht in een taal die de meesten niet begrepen.

Hof, regering en parlement zetelden in Brussel. Rond dat politieke centrum groeide geleidelijk ook een financieel-economische elite. In een razendsnel tempo kreeg Brussel een Franssprekende boven- en middenlaag. Lager en middelbaar onderwijs kon men nagenoeg enkel in het Frans volgen zodat het Frans geleidelijk ook in de lagere sociale klassen binnensijpelde.

In dezelfde periode trok Brussel ook massa’s inwijkelingen aan, het grootste deel uit Vlaanderen. Vlaanderen was eeuwenlang een van de rijkste regio’s van Europa geweest, maar maakte in de 19e eeuw een periode van economisch verval en hongersnood door. Ook die inwijkelingen verfransten: wie eentalig Nederlands was, had geen enkele kans om hogerop te geraken.

Toch brak de culturele en politieke eigenheid van duizend jaar Vlaamse cultuur stilaan door. Vanaf 1876 werd opnieuw in het Nederlands les gegeven, maar dan gemengd Frans-Nederlands. Volledig Nederlandstalig onderwijs kwam er pas in 1930, toen de Universiteit Gent vernederlandst werd, en in 1932 voor het secundair onderwijs.

Vlaamse strijd voor gelijke rechten
Tegen deze verregaande achterstelling ontstond meer en meer reactie. De Vlaamse Beweging ijverde voor sociale en politieke gelijkberechtiging van de Vlamingen, een begrip dat niet alleen meer op de inwoners van het graafschap Vlaanderen sloeg, maar op alle Nederlandstalige Belgen. Gedurende de twee wereldoorlogen collaboreerde een belangrijk deel van de Vlaamse Beweging met de Duitse bezetter. Niettemin bereikte ze meer en meer resultaten. Zo werd het Nederlands terug ingevoerd als onderwijstaal en in de administratie in Vlaanderen. In 1938 werd Nederlands ook een voertaal binnen het leger. In de periode 1962/63 was er de definitieve vaststelling van de taalgrens tussen noord en zuid.

In 1968 verlieten Franstalige studenten en hoogleraren de oude universiteitsstad Leuven om 25 km ten zuiden in Waals (dus Franstalig) gebied een nieuwe universiteit te bouwen: Louvain-la-Neuve. In hetzelfde jaar werd ook de Universiteit van Brussel opgedeeld in twee eenheden: de Vrije Universiteit Brussel en de Université Libre de Bruxelles. Er kwam een wijziging van de grondwet in 1970 welke België in vier taalgebieden deelt (Nederlands in Vlaanderen, Frans in Wallonië, het tweetalige Brussel en de Duitstalige Oostkantons), en drie cultuurgemeenschappen: een Nederlandse, een Franse en een Duitse, met in 1973 de uitbreiding van de taalwetten van 1962 (ook binnen bedrijven en werkplaatsen moet de taal worden gebruikt van het gebied waarin men zich bevindt).

Vlaanderen wordt een deelstaat
Op 7 december 1971 werd de Nederlandse Cultuurraad geïnstalleerd. Die was bevoegd voor alles wat met taal en cultuur te maken heeft. Het was nog geen volwaardig parlement: de leden zaten ook al in de Kamer of de Senaat. In 1980 werd de Vlaamse Raad opgericht, net als de Taalunie tussen België en Nederland.

De regering-Martens ging nog een stapje verder, ze deelde de centrale staat België op in gewesten en gemeenschappen, waardoor de unitaire staat België verdwijnt. Het zijn telkens autonome delen met een soms verregaande vorm van zelfbestuur. De gewesten nemen economische bevoegdheden voor hun rekening, terwijl de gemeenschappen over taal en cultuur beslissen. De Vlaamse Cultuurraad werd vervangen door de Vlaamse Gemeenschapsraad. Deze verkreeg de bevoegdheden van een volwaardig parlement.

In 1993 was er opnieuw een wijziging van de grondwet (het Sint-Michielsakkoord onder Jean-Luc Dehaene). België is nu een federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen (de vroegere cultuurgemeenschappen) en gewesten (Vlaams Gewest, Waals Gewest en Brussels Gewest). In 1995/96 werd de Vlaamse Raad omgevormd tot volwaardig Vlaams Parlement, met eigen verkiezingen en een eigen regering.

Typerend voor de mentaliteitswijziging is ook de naamsverandering van de BRTN (Belgische Radio en Televisie - Nederlands), die in 1998 haar naam veranderde in VRT (Vlaamse Radio en Televisie). Na het uiteenvallen in een Franstalige en een Nederlandstalige vleugel, introduceerde ook een groeiend aantal politieke partijen het woord Vlaams in hun naam, waarna ze electorale successen boekten : naast Vlaams Blok/Belang (sinds 1978) en N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie, sinds 2001) (beiden voortgekomen uit de Volksunie) ook (Open) V.L.D. (Vlaamse Liberalen en Democraten, tot 1992 PVV), CD&V (Christen-Democratisch en Vlaams, tot 2001 CVP) en VLOTT (Vlaams Lib. Onafh. Tolerant Transparant, sinds 2005).

Zie ook
Guldensporenslag - 1302
Honderdjarige Oorlog - 1337-1453
Bourgondische tijd - 1384-1494
Spaanse tijd - 1494-1714
Tachtigjarige Oorlog - 1568-1648
Hollandse Oorlog - 1672-1678
Slag aan de Peene - 1677
Oostenrijkse tijd - 1714-1794
Franse tijd - 1794-1815
Nederlandse tijd - Koning Willem I - Koninkrijk der Nederlanden 1815-1830
Omwenteling van 1830 - De Belgische tijd

Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Vlaanderen.



Vragen en antwoorden

Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!






privacybeleid