De haat-liefdeverhouding (v.) 1 verhouding waarbij liefde- en haatgevoelens elkaar afwisselen.
Haat is een sterke emotie.
Haat wordt ervaren als een gevoel van afstoting tot iets of iemand (het object dat men haat) met een neiging tot het kwetsen of vernietigen van dat object.
Haat is het tegengestelde van (emotionele) liefde. Dit soort liefde kan plotseling omslaan in haat. Hoewel haat ervaren wordt als afstoting is het wel degelijk een (negatieve) aantrekking. Diegene die haten, ontwikkelen een obsessieve aantrekking tot het object.
Het komt voort uit een psychologische projectie van de eigen schaduwzijde op het object. Een schaduwzijde die bij zichzelf ontkend wordt en daardoor in het object ontdekt. Haat vertekent de werkelijkheid. Meestal is dat object dus iemand die juist die eigenschap mist en zuiver is. Daarom bestaat er dan een onvermogen om de werkelijkheid te zien en een onbewust weten dat men zelf schuld heeft aan dat verwijt aan die ander. Dat is dan het begin van haat.
Haat kan worden tegengegaan door afstand te nemen tot het object en over te gaan tot zelfanalyse, zelfkennis.
Haat kan zich, behalve naar individuen ook uiten naar groepen. Voorbeelden zijn mannenhaat (misandrie), vrouwenhaat (misogynie) en mensenhaat (misantropie).
In het dagelijks spraakgebruik wordt het woord "haat" vaak gebruikt om afschuw uit te drukken of gebruikt bij het mopperen, het heeft dan een minder zware en minder projectieve betekenis.
Citaat: "Het vasthouden aan haat is als het vasthouden van een heet stuk steenkool, met de intentie om het tegen iemand aan te gooien; jij bent degene die zich brandt." Boeddha