Er zijn globaal twee stelsels die worden gebruikt bij het verkiezen van volksvertegenwoordigers: de evenredige vertegenwoordiging en het districtenstelsel.
Daarnaast kennen we binnen die beide stelsels twee vormen van verkiezing: directe en indirecte (of getrapte) verkiezingen. Bij directe verkiezingen worden de volksvertegenwoordigers direct door de kiesgerechtigde bevolking gekozen. Bij indirecte verkiezingen kiest een gekozen orgaan de volksvertegenwoordiging.
Voorbeelden van indirecte verkiezingen zijn de verkiezing van de eerste kamer en de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Bij de Eerste-Kamerverkiezingen worden eerst de leden van provinciale staten gekozen, en die kiezen op hun beurt de Eerste-Kamerleden. Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen worden door de kiezers kiesmannen gekozen, en die kiezen later de president.
De evenredige vertegenwoordiging Evenredige vertegenwoordiging betekent dat vrijwel alle uitgebrachte stemmen meetellen voor de bepaling van de zetelverdeling. Het totale aantal uitgebrachte stemmen wordt gedeeld op het aantal zetels. De uitkomst daarvan heet de kiesdeler. Het aantal keren dat de kiesdeler wordt gehaald levert een gelijk aantal zetels op.
Om ervoor te zorgen dat bij de kandidaatstellingeen toch zekere mate van regionale spreiding mogelijk is, is het land wel verdeeld in 19 kieskringen. Dat heeft verder een administratieve functie. De uitslagen van alle kieskringen worden echter bijelkaar geteld.
Het districtenstelsel Bij een districtenstelsel worden - in principe - alle afgevaardigden in een district gekozen. Als er 100 zetels zijn, dan zijn er ook 100 districten. Om te worden gekozen, moet een kandidaat in een district de meerderheid (of in sommige landen de meeste stemmen) halen.
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!