Het Nut, zoals de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen vaak genoemd wordt, is een landelijke vereniging met plaatselijke afdelingen ("departementen"), opgericht in 1784, die zich ten doel stelt het welzijn, in de ruimste zin, van individu en gemeenschap te bevorderen. De vereniging streeft naar individuele en maatschappelijke ontplooiing met een zo hoog mogelijk cultureel gehalte.
Van begin af aan heeft de Maatschappij zichzelf gezien als een instelling voor volksontwikkeling, en dat betekende - zeker 150 jaar lang - voor ontwikkeling van het "lagere volk", de achtergestelden.
Geschiedenis De Maatschappij van Konsten en Wetenschappen, tot nut van 't Algemeen werd in 1784 te Edam gesticht door een gezelschap van zes personen onder wie Jan Nieuwenhuyzen, een doopsgezind leraar en predikant uit Monnickendam. Ook zijn zoon Martinus Nieuwenhuyzen hoorde tot de stichters en had een zeer groot aandeel in zowel het opstellen van de plannen als de uitwerking daarvan. Tijdens de politieke conflicten tussen de prinsgezinden en patriotten kwam het prinsgezinde stadsbestuur van Edam in conflict met de Maatschappij waarvan de meeste leden met de patriotten sympatiseerden. Daarop werd in Amsterdam een nieuw hoofdbestuur gevestigd, en werden de algemene vergaderingen voortaan in Amsterdam gehouden.
Het motto van 't Nut is: "Kennis is de weg naar persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling". In eerste instantie organiseerde de Maatschappij prijsvragen over onderwijskundige en opvoedkundige kwesties. Later werd 'het Nut', met een groot aantal plaatselijke afdelingen, de grondlegger van de Nutsspaarbank (1818, nu onderdeel van Fortis), de Nutsverzekering, de Nutsleeszalen en Nutsscholen en Nuts-Volksuniversiteiten. In de 20e eeuw werden de meeste van deze taken overgenomen door de overheid of het bedrijfsleven.
De Maatschappij is tot op heden actief. In Nederland zijn er ongeveer honderd Nutsdepartementen: zelfstandige verenigingen onder leiding van een landelijk maatschappijbestuur dat het behoud van het gedachtegoed van de Maatschappij bewaakt.
In 1984 werd de Nutsleerstoel in de Geschiedenis van het Onderwijs aan de Universiteit van Utrecht ingesteld. De eerste bezetter van die leerstoel was de onderwijshistoricus prof. Nan Dodde.
Het landelijk secretariaat van de Maatschappij is sinds 1981 weer gevestigd in Edam, de plaats waar het Nut in 1784 zijn eerste vergaderingen hield.
De Maatschappij hield en houdt zich bezig met zaken die het algemeen belang dienen, zoals onderwijs, ontwikkeling en maatschappelijke discussie. Ze heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de democratisering van Nederland.
Bekende voorzitters In alfabetische volgorde:
Johanna ter Meulen Anthony Modderman Pieter JohannesVeth
Algemeen secretarissen
1785 - 1793 Martinus Nieuwenhuyzen 1793 - 1802 Gerrit Brender ā Brandis 1802 - 1841 Hendrik Ravekes 1841 - 1881 Petrus Marius Gerardus van Hees 1881 - 1887 Arnold Kerdijk 1887 - 1915 Jan Bruinwold Riedel 1915 - 1917 Henri Petrus Johan Bloemers 1917 - 1943 Jacob Hovens Greve 1943 - 1945 J.D.D. Pruissen[2] 1945 - 1946 Pieter Jan Bouman 1946 - 1965 Pieter Hendrik Schröder 1965 - 1978 Jan Jacob Klijn 1978 - 1984 Albert Antonius van Bommel[2] 1984 - (onbekend)