Gaillard ontwierp tot 1914 elegant meubilair waarbij in de decoratie planten en dieren een belangrijke inspiratiebron waren. Hij gaf deze niet natuurgetrouw weer, maar in grillige patronen. Gaillard toonde zijn ontwerpen op de salontentoonstellingen van de Société des Artistes Décorateurs waarvan hij tevens medeoprichter was.
1900 Exposition Universelle et Internationale de Paris Doordat de kunsthandelaar Samuel Bing (1838-1905) veel steun krijgt van kunstenaars kreeg hij toestemming in de Parijsewereldtentoonstelling van 1900 een eigen paviljoen in te richten. In zijn streven naar een Gesamtkunstwerk bracht Bing drie veelbelovende, maar nog relatief onbekende designers bijeen: Georges de Feure, Edward Colonna (Édouard Colon 1862-1948) en Eugène Gaillard. Markante voorbeelden van hun uitgesproken elegante ontwerpen worden gepresenteerd als stijlkamers. Kamerschermen, sofa's, vitrines, en een compleet slaapkamerinterieur, aangevuld met porselein, glas en textiel. Ook het werk van de BelgischeHenry van de Velde werd hier getoond. In zijn streven naar een typische, harmonieuze art nouveaustijl bereikte Bing in zijn paviljoen L'Art Nouveau zijn glorieuze hoogtepunt. Georges de Feure ontwierp de haute couture van het interieur in een boudoir in verguld hout. Edward Colonna richtte de salon in met licht citroenhout en een vederlichte vitrinekast met bloemstengels in haut-reliëf. Eugène Gaillard deed de antichambre, de eetkamer met een duizelingwekkende buffetkast en een slaapkamer met een lyrisch bed.
In 1906 publiceerde Eugène Gaillard de verhandeling 'A propos du mobilier'.