Voor het verkrijgen van het zogenaamde robijnglas mengde men kleine hoeveelheden goudpoeder (koningswater) bij de glassmelt. Hoewel dit recept al vele eeuwen oud is, is de verklaring voor de kleurverandering pas aan het begin van de twintigste eeuw gevonden.
De glasschilders van de 14de – 17de eeuw kenden het robijnglas al. De Venetianen maakten ook robijnglas, maar dit was dunwandig.
Johann Kunckel slaagde er in zijn glashut te Potsdam in, een dikwandig product te produceren dat zich goed leende voor slijpwerk-versieringen. Deze dikwandige soort wordt Kunckelglas genoemd.
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!