Het gaat hier om aardewerk, gemaakt in Utrecht en Maarssen, waarbij het specifieke is dat men bij de laatste handelingen een lusterglazuurlaag toegevoegd. De fabriek is een late vertegenwoordiger van de decoratieve richting van de Nieuwe Kunst, de Nederlandse variant van de Art Nouveau. De vazen, schalen, kannen en andere voorwerpen werden voorzien van subtiele decoraties en afgewerkt met het zeer kostbare en moeilijk te vervaardigen lusterglazuur.
De fabriek aan de Stroosteeg in Utrecht werd in 1909 geopend en legde zich toe op het vervaardigen van siervoorwerpen.
Al snel bleek wereldwijd grote belangstelling te bestaan voor de kostbare siervazen met lusterglazuur van St. Lukas. Dit zogenaamde “reflet métallique”, dat onder meer goud en zilver bevat, werd op de BrusselseWereldtentoonstelling in 1910 gewaardeerd met een Diplôme d'Honneur en kreeg in 1915 in San Francisco en in 1916 in San Diego een Grand Prix.
De eerste jaren had de fabriek een goed gevulde orderportefeuille, maar mede als gevolg van de Eerste Wereldoorlog raakte de fabriek vanaf 1914 op zijn retour. De kosten van het stofgoud, waardoor het glanzende lusterglazuur werd verkregen, waren steeds moeilijker op te brengen.
In 1923 ging de fabriek failliet, en ook de twee oud-medewerkers die daarna de productie voortzetten, konden het bedrijf niet redden. Het werd gekocht door een groep investeerders, die de fabriek, gedwongen door wegvallen van de export na de eerste wereldoorlog en de economische crisis eind jaren twintig, in 1927 in afgeslankte vorm verhuisden naar de goedkopere productieplaats Maarssen, waar de fabriek gevestigd werd aan de Westkanaaldijk. Het lusterglazuur werd niet meer toegepast en ook de kleuren en decoraties veranderden. Er was vraag ontstaan naar betaalbaar gebruiksgoed. Afgietsels van de eenvoudigste uit Utrecht meegenomen gietmallen kregen een voornamelijk rode, groene of grijze achtergrond met een sober geschilderde decoratie. Alleen de modellen van de producten lieten zien dat er een relatie was met de Utrechtse periode.
Door de aanhoudende economische recessie lukte het echter ook in deze vorm niet om de fabriek in stand te houden. In 1933 viel definitief het doek voor de Kunstaardewerkfabriek St. Lukas. De fabriek leeft echter voort in zijn producten. Zowel de voorwerpen uit de Utrechtse als uit de Maarssense periode zijn ware collectors items, waar aanzienlijke bedragen voor worden neergeteld. Voornamelijk dankzij enkele van deze verzamelaars is Museum Maarssen in staat om een aantal schitterende voorbeelden van deze kunst te tonen.
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!