Ad Reinhardt was vanaf 1947 als docent verbonden aan het Brooklyn College, de California School of Fine Arts, de University of Wyoming en de Yale University.
In 1950 keerde Reinhardt terug de geometrie, waarin de kleuren streng tegen over elkaar zijn afgezet. In zijn monochrome schilderijen in rood, blauw en zwart van jaren 1951-52 bereikte de puristische helderheid haar hoogtepunt, met als doel het teruggaan naar de zuivere kleurwaarneming met de rechthoek als statische vorm.
In 1952/53 maakt hij zijn eerste reis naar Europa.
De schilder Reinhardt ontwikkelde zich intussen tot de meest extreme vertegenwoordiger van het l'art pour l'art-principe en maakte tussen 1953 en zijn dood tweehonderd zwarte schilderijen; vanaf 1960 ook nog allemaal van hetzelfde formaat.
In 1955 had Reinhardt zijn eerste tentoonstelling van zijn zwarte schilderijen.
In 1965 werd hij actief in de vredesbeweging tegen de oorlog in Vietnam.
Ad Reinhardt ontving een Guggenheimbeurs in 1967 en nam in 1968 deel aan Documenta 4, Kassel.
Ad Reinhardt werd sterk beïnvloed door de abstracte-kunstenaars Mondriaan en Rothko. De kunstenaar reduceerde kleur en vorm steeds verder tot geometrische zwarte doeken ontstonden 'Black Paintings', waarop slechts na lang en aandachtig kijken iets viel op te merken.
Ad Reinhardt, die als voorloper van de minimalisten wordt beschouwd, heeft veel van zijn ideeën over kunst in uitspraken en teksten vastgelegd. In het essay 'Art in Art is Art as Art' uit 1966 legt Ad Reinhardt uit, dat het leven en de kunst twee verschillende dingen zijn. Reinhardts '12 regels voor een nieuwe academie' zijn: Geen structuur; Geen penseelaanzet of kalligrafie; Niet schetsen of tekenen; Geen vormen; Geen vormgeving; Geen kleuren; Geen licht; Geen ruimte; Geen tijd; Geen formaat en geen proporties; Geen beweging; Geen voorwerp, geen voorwoord, geen thema.