Hierna verhuisde hij in 1903 naar Parijs, waar hij zich bij de impressionisten en vervolgens bij de fauves aansloot.
Auguste Herbin exposeerde tussen 1906 en 1909 bij de onafhankelijken.
Femmes et enfants, 1914
Rond 1909 leerde Herbin de kubistisch werkende kunstenaarJuan Gris (1887-1927) kennen. De twee kunstvrienden werkten veel samen en Herbin ging ook in een kubistische stijl werken. Hij stileerde landschappen en stillevens met elkaar snijdende vlakken. Veel van deze werken werden geëxposeerd in de galerie van Clovis Sagot in Parijs.
Van 1917 tot 1921 beleefde hij zijn geometrisch abstracte fase. In deze periode maakte hij ontwerpen voor Objets monumenteaux; houten beeldhouwwerken en reliëfs.
In 1946 vond hij het alphabet plastique uit, als een compositorisch frame. Elke letter kreeg een kleur, vorm en een muzikaal akkoord. Deze theorie legde hij vast in het in 1949 verschenen boek l'Art non figuratif-non objectif. Hierin kent hij aan iedere letter een kleur toe zowel als muzieknoten. Geometrische vormen werden onderdeel van het vocabulaire. Donker rood representeert altijd de letter D en de noot Do en verschijnt altijd als een cirkel. Roodoranje is F en één van beide Do of Re, een cirkel of een driehoek.
In 1947 werd hij medeoprichter en vicevoorzitter van de salon des Réalités Nouvelles. Ook stapte hij uit de Communistische Partij uit protest tegen het socialistisch realisme.
In 1949 publiceerde hij zijn eigen theoretische traktaat L'art non-figuratif non-objectif.
In 1953 raakte Auguste Herbin gedeeltelijk verlamd en leerde met zijn linkerhand te schilderen.
In 1955 werd hij voorzitter van de salon des Réalités Nouvelles.
Van 1955 tot 1972 nam Herbin deel aan Documenta 1, 2 en postuum aan Documenta 5 te Kassel. Voorts werden zijn werken geëxposeerd in het GuggenheimMuseum in New York en in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen Düsseldorf in 1987 in de expositie 'Positionen unabhängiger Kunst in Europa um 1937' (posities van onafhankelijke kunst rond 1937).
Auguste Herbin stierf onverwacht op 31 januari 1960 in Parijs. Hij liet een onvoltooid schilderij na, wat hijzelf de titelFin (einde) had gegeven.
Werken: . Compositie op gele achtergrond, 1940 Een picturaal systeem gebaseerd op Goetheskleurenleer: geel-rood-blauwtinten. Bewust beperkte vormentaal (cirkel, rechthoek, driehoek). Daardoor une rigueur qu'emporte parfois le débordement du chromatisme. (Histoire; dhk).
. Luchtvuur, 1944, olieverf op doek, 60x92, Parijs, Musée Nationale d'Art Moderne Herbin rangschikt in zijn werken geometrische vormen (hier cirkels en driehoeken) tot beeldgroepen (Twee horizontale rijen: in het midden 2 cirkels. Variaties naar rechts: halve cirkels, driehoeken.) in een kleurig meetkundig ingedeeld vlak, waarbij hij een tussenweg zoekt tussen het purisme van Mondriaan en het overvloedige van Kandinsky. Hoe streng zijn vormen ook mogen zijn, wat hij ons te zeggen heeft over lucht en vuur is subjectief en emotioneel. Goed beschouwd is hij feitelijk een abstracte romanticus, die vierkanten, driehoeken en cirkels laat functioneren als symbolische tekens. (KIB 20ste 249)
. Middernacht, 1953, olieverf op doek, 162x114, Zürich, Kunsthaus
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!