Engelsebeeldhouwster, Geboren 10.01.1903 Wakefield Yorkshire - overleden 1975 Saint Ives Cornwall (bij een brand in haar atelier).
Door haar contacten met o.a. Moore, Arp, Brancusi en Gabo kwam zij tot het creëren van abstracte vormen, die in dialectische relatie tot de ruimte staan. Zij gebruikte vaak lineaire elementen (draden) om de verschillende elementen van een beeld in een ritmische scandering met elkaar te verbinden. Karakteristiek zijn ook de open en gesloten vormen.
Voorkeur voor harde materie (hout, steen, marmer) Voorkeur voor massieve vormen. Later ook constructies in plaatmetaal, brons en ijzerdraad, die soms op muziekinstrumenten geïnspireerd zijn. Exposities in binnen- en buitenland, zowel in besloten ruimten als in de open lucht. Vele onderscheidingen en in 1958 in de adelstand verheven. Werken zijn in vele grote musea in Europa en Noord-Amerika. (Summa)
levensloop 1920 Bezoekt de School of Arts te Leeds waar zij Moore leerde kennen, met wie zij haar hele leven bevriend is gebleven.
1924-26 Uitgebreide bezoeken aan Florence, Carrara en Rome: leert marmer en steen bewerken.
1926 Terugkeer naar Londen; richt een atelier in Hampstead in, id de buurt van Moore en Nicholson.
1932/33 Reist door Frankrijk. Contacten met Brancusi, Braque, Picasso en Arp. Sluit zich aan bij abstraction-creation en publiceert 'Unit One', een bundel artikelen van deze groep abstracte kunstenaars.
Eerste doorboorde beeldhouwwerken.
1934 Verhuist naar St. Ives, Cornwall. Voor barbara hepworth is St Ives in Cornwall een echt thuis geweest. Ze had er haar studio en haar vrienden, experimenteerde er in haar atelier en ontwierp er het concept voor haar tuin die een natuurlijk biotoop voor haar sculpturen werd. Terzelfder tijd integreerde ze bepaalde Keltische componenten in haar beeldhouwwerk: de fascinatie voor de losstaande steles, voor de menhirs en de dolmens leidde tot een 'magische conversatie' met abstracte steensculpturen en bronscreaties.
Barbara Hepworth legt samen met Nicholson en vervolgens met Gabo de basis voor een kunstenaarskolonie, waar zich later ook Gropius, Moholy-Nagy en Breuer tijdelijk bij aansluiten.
Vanaf 1938 gebruikt ze geregen koorden als sculpturaal element.
1949 Koopt de Trewyn-studio in St.Ives en vestigt zich daar.
1956 Geinspireerd door een reis naar Griekenland, vervaardigt zij een reeks beelden van Afrikaans hout met Griekse titels.
1962/63 Tentoonstelling in de White Chapel Gallery, Londen. Openbare opdrachten waaronder een gedenkteken voor Dag Hammerskjold (single form) in New York.
1968 Overzichtstentoonstelling in de Tate Gallery in Londen.
In 1975 kwam zij om het leven bij een brand in haar atelier in St.Ives.
Het Kröller-Müller Museum te Otterlo bezit een aantal van haar werken, o.a. 'Pastorale' (1953), 'Archaïsche vorm' (1961), 'Anima' (1963) en 'Vierkanten met twee cirkels' (1964).
Werken: . Dubbele vorm, Hoge Veluwe, Rijksmuseum Kröller-Müller . Elegie III, Hoge Veluwe, Rijksmuseum Kröller-Müller . Sfeer met innerlijke vorm, Hoge Veluwe, Rijksmuseum Kröller-Müller . Vierkanten – twee cirkels, Hoge Veluwe, Rijksmuseum Kröller-Müller . Pastorale, 1953, marmer, Hoge Veluwe, Rijksmuseum Kröller-Müller . Doorboorde vorm, Toledo 1957, hout en staaldraad, hoogte 90, Londen, verz. Charles and Peter Gimpel. Er zijn draden in de opening gespannen. (dhk) . Figuur (Nanjizal), 1958, Londen, Tate Gallery. Houten stronk, gepolijst, uitgehold (cfr. Moore). Innerlijkheid van de materie duidelijk zichtbaar. (dhk) . Twee vormen, 1931, brons, hoogte 117, privé-verzameling
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!