In zijn recente sculpturen speelt het dier een tragischer en weerlozer rol dan ooit, net als de mens overigens. Telkens als de twee elkaar ontmoeten gaat het fout; een zwaan wordt uit z’n lijden verlost nadat deze de beregende snelweg per abuis als rivier aanzag...
Ook in een ander beeld speelt de snelweg een dramatische rol, getuige het bermboeket, dat al snel de associatie met de nagedachtenis aan een ongeval oproept. En wat te denken van het meisje dat een dode kat wegsleept?
De indringende mens- en dierfiguren van Scheerder zijn poëtisch en ontroerend. Ze zijn ook fysiek, vleselijk en gewelddadig. Hij maakt de beelden met traditionele middelen; gips en verf, en hij begeeft zich hiermee in de marge van wat in de kunst de afgelopen jaren is gebeurd. Zijn ‘verblijf op afstand’ in Frankrijk versterkt deze indruk. Bij Scheerder tref je geen nieuwe media of moderne materialen aan. Hij blijft trouw aan de uitgangspunten die hij al jaren geleden, reeds op de Rietveldacademie formuleerde. Door hun indringende rauwheid maken de beelden evenwel indruk en in hun gewelddadigheid en onderwerpskeuze zijn ze van deze tijd of eigenlijk tijdloos. Het zijn beelden die blijven hangen temidden van het ons omringende beeldenbombardement van de moderne media.
De sculpturen zijn traditioneel van opzet, maar de uiteindelijke presentatie is dat geenszins. Het gebruik van ‘gevonden materiaal’ slaat bij Scheerder niet alleen op de dode dieren die in zijn vrieskist worden aangetroffen. Gevonden bouwmaterialen als gipsplaat of oud hout zijn de bouwstenen voor fragiele, geknutselde installaties die mens- en dierfiguren met elkaar verbinden, die de functie van krakkemikkige sokkel hebben of die provocerend een relatie met de tentoonstellingsruimte aangaan. Het is hedendaagse installatiekunst die de vorm aanneemt van expressionistische tableaux vivants. Het zijn bevroren momenten die ons wijzen op de tragiek van de moderne wereld die in aanvaring komt met de natuur. Scheerder is daarbij geen moralist of natuuractivist. Hij is zich maar al te bewust van de gewelddadigheid die de natuur zelf in zich heeft. Uilen, vossen, haaien, honden, ze vervullen in zijn installaties een ambivalente rol; ze zijn dader en slachtoffer tegelijk. Ze ontroeren en beangstigen. Ook de kunstenaar zelf kent angst voor de natuur getuige zijn in een beeldeninstallatie getoonde haaienfobie. Maar bovenal kunnen de dieren, gelijk de mens, zichzelf niet helpen. Gelijk de mens? Ik moet denken aan een van de beste en meest absurde beelden die Scheerder ooit maakte. Een tafereel laat een onthoofde vrouw en een onthoofde man zien. De vrouw heeft in iedere hand één hoofd. De man probeert het bloeden te stelpen met zijn nekstomp tussen haar billen en met zijn handen op haar open hals. Wat wil Scheerder ons zeggen? De lamme helpt de blinde? Romeo en Julia in de overtreffende trap? In al zijn bizarre bloederige hulpeloosheid balanceert het beeld tussen horror en romantische tragiek. Een happy end is aan Scheerder niet besteed, maar ik ken weinig kunst die zo dramatisch en ontroerend is.
Jan Maarten Voskuil