Deze bijdrage is bedoeld om in de enorme hoeveelheid publiciteit die in het Vincent van Gogh jaar 1990 en daarna ontstond, het kaf van het koren te scheiden.
In het voetlicht komen: Mark E. Tralbaut, dr. Jan Hulsker, Jacob Baart de la Faille, Walther van Beselaere; exponenten van de oudere garde en de meer recentere specialisten zoals Johannes van der Wolk, Evert van Uitert, Louis van Tilborgh, Ronald Pickvance en andere schrijvers die zich hebben bezig gehouden met het onderzoek van het leven en werk van Vincent van Gogh.
Vincent van Gogh behoort ongetwijfeld bij de top tien van kunstenaars wat betreft het aantal publikaties dat over hem en zijn werk geschreven is.
De Amerikaan Charles Mattoon Brooks jr. registreerde reeds in zijn Vincent van Gogh a Bibliography, New York, 1942, 777 referenties over de periode 1890 - 1940, terwijl Eduard Buckman in zijn Bibliography Vincent van Gogh, over de periode 1940 tot juli 1951, daar nog eens 273 aan zou toevoegen. Een supplement van vijfendertig pagina's op het laatstgenoemde werk, over de periode van 1940 tot juni 1953, verscheen in 1954 in de Verenigde Staten. Van juli 1953 tot heden komen daar ontelbare publikaties bij.
Mark Edo Tralbaut, geboren in 1902 en tot zijn dood directeur van het Internationaal Van Gogh Archief is één van de vruchtbaarste onder zoekers. Hij ontving doctoraten in de kunstgschiedenis en archeologie en was gedurende zijn gehele leven bezig met onderzoek over Van Gogh. Buiten zijn bekende boek Vincent van Gogh, verschenen bij MacMillan, London, 1969, wordt hier een tweetal van zijn belang rijkste werken genoemd; Vincent van Gogh in zijn Antwerpse Periode, A.J.G. Strengholt's Uitgevers Mij., Amsterdam, 1948, en Vincent van Gogh in Drente, Uitgeverij de Torenlaan, Assen,1959. Daar naast verschenen tientallen andere uitgaven en artikelen. Tralbaut verzorgde ook tentoonstellingen en de bijbehorende catalogi in binnen- en buitenland.
Dr. Jan Hulsker is na Tralbaut één der meest produktieve nederlandse onderzoekers over Vincent van Gogh. Deze in 1907 geboren neerlandicus was van 1934 tot 1947 (het jaar waarin hij promoveerde) leraar, van af 1948 hoofd kunstzaken bij de gemeente Den Haag en eindigde als directeur-generaal culturele zaken bij het toenmalige ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Onder zijn belangrijkste boeken behoort zeker Van Gogh en zijn weg; Het complete werk, verschenen bij Meulenhoff, Amsterdam, in een geheel bijgewerkte editie. Deze editie, een biografie en oeuvrecatalogus met alle tekeningen, schilderijen en schetsen in chronologische volgorde, bevat ruim twee duizend afbeeldingen. Reeds eerder in 1973 verscheen ook bij Meulenhoff, Amsterdam, Van Gogh door Van Gogh; De brieven als commentaar op zijn werk, met 180 illustraties van de schetsen uit de brieven. Hierna een opgave van enige van zijn andere publikaties: Wie was Vincent van Gogh, Bert Bakker/Daamen, Den Haag, 1958, - Vincent van Gogh, een leven in brieven, Meulenhoff, Amsterdam, 1980, - Lotgenoten, het leven van Vincent en Theo van Gogh, Unieboek, Houten, 1987, en Dagboek van Van Gogh, in een bijgewerkte editie weer bij Meulenhoff, Amsterdam, 1990. In dit laatstgenoemde boek vormen de brieven samen met de schilderijen en tekeningen een 'picturaal' dagboek. Jan Hulsker ontving in 1987 uit handen van Prins Bernhard de Zilveren Anjer voor zijn onderzoekingen in verband met Vincent van Gogh.
Jacob Baart de la Faille (1886-1959) dwingt ons respect af, daar hij reeds vanaf 1917, geinspireerd door een essay van F.E. Visser in De Beweging, een speurtocht zou beginnen naar alle werken die Vincent tijdens zijn leven gemaakt had. De vroege Van Gogh kenner H.P. Bremmer adviseerde hem daarbij. Dit resulteerde in het omvangrijke werk in vier kloeke delen onder de titel: L'Oeuvre de Vincent van Gogh; Catalogue Raisonné, 1664 nummers, Van Oest, Paris, Bruxelles, 1928. Bij Hyperion in Parijs verscheen in 1939 een herziene uitgave alleen over de schilderijen. Tevens publiceerde De la Faille in 1930 het werk: Les Faux Van Gogh, Van Oest, Paris, Bruxelles, 1930. Bij Meulenhoff International, Amsterdam, verscheen in 1970 een totaal gereviseerde editie van het eerstgenoemde werk van De la Faille, onder leiding van een aantal gerenommeerde nederlandse kunst kenners, waaronder dr. Jan Hulsker, onder de titel: The works of Vincent van Gogh; His Paintings and Drawings. Tot op de dag van vandaag is dit één van de meest geraadpleegde werken.
Walther Van Beselaere heeft in zijn studie De Hollandsche periode (1880-1885) in het werk van Vincent van Gogh, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1937, een zeer belangrijke bijdrage geleverd aan het determineren van alle werken die Vincent achtereenvolgens in Etten, Den Haag, Drente en Nuenen vervaardigd heeft.
Johannes van der Wolk, oud directeur van het Rijksmuseum Vincent van Gogh in Amsterdam en daarna Van Gogh conservator bij het Rijksmuseum Kröller-Müller in Otterlo, is ook iemand die graag de onderste steen bovenhaalt. In zijn verhandeling De Schetsboeken van Vincent van Gogh, Meulenhoff/Landshoff, Amsterdam, 1986, heeft hij na een minitieus onderzoek de in het het Rijksmuseum Van Gogh in Amsterdam bewaarde schetsboeken kunnen reconstrueren. Voor de Van Gogh liefhebbers is dit 398 afbeeldingen bevattende boek uniek, omdat alle bekende tekeningen uit de schetsboeken van Vincent nu in één band bijeengebracht zijn.
Alleen al de jaren 1989 en 1990 leveren in verband met de herdenking van het overlijden van Vincent van Gogh in 1890, een respectabel aantal nieuwe titels op, waarbij uitspringt de verschenen tweedelige catalogusVincent van Gogh; Schilderijen/Tekeningen met 736 pagina's en 410 afbeeldingen, uitgave van Mondadori Editore Arte SRL/De Luca Edizione d'Arte SPA, Milaan, importeur Meulenhoff/Landshoff, Amsterdam. De auteurs van deze catalogus zijn voor de schilderijen: Sjraar van Heugten, Louis van Tilborgh en Evert van Uitert; voor de tekeningen zijn dat: Ineke Pey, Ronald Pickvance en Johannes van der Wolk. In deze catalogus, die behalve in het nederlands, ook in het engels, frans, italiaans en spaans verscheen, zijn in beide delen een biografie, een bibliografie en een register opgenomen.
Bij de Staatsdrukkerij en Uitgeverij, Den Haag, verscheen de uitgave De brieven van Vincent Van Gogh. De samenstellers van deze vierdelige uitgave, Monique Berends en Han van Crimpen hebben alle bekende brieven opgenomen. Van de niet nederlandse brieven werden voor het eerst vertalingen gemaakt en alle brieven zijn strikt chronologisch gerangschikt. Van alle handschriften werden nieuwe transcripties gemaakt. Deze belangrijke uitgave is een waardige opvolger van de Verzamelde brieven van Vincent van Gogh, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1953, waarvoor Theo van Gogh's weduwe, Jo van Gogh - Bonger reeds in haar in 1914, ook bij de Wereldbibliotheek, Amsterdam, uitgegeven Vincent van Gogh; Brieven aan zijn broeder, de belangrijke grondslag gelegd heeft.
Bij de Stadsdrukkerij, Amsterdam, verscheen van Sjoerd de Vries en Reindert Groot, Vincent van Gogh in Amsterdam, over het verblijf van Vincent van mei 1977 tot juli 1878 in Amsterdam, waar hij introk bij zijn oom Jan van Gogh, directeur van de Marinewerf op Kattenburg. Hij ging zich daar voorbereiden op de theologie-studie.
Twaalf auteurs schreven evenveel artikelen in het NederlandsKunst historisch Jaarboek nummer 41, 1990, Stichting Nederlandse Kunst historische Publicaties en Gary Schwartz/SDU Uitgeverij, den Haag. In de bijdragen worden onder meer behandeld: het leven van Van Gogh in Brabant, de portetten die hij in Arles maakte, zijn vriendschap met Albert Aurier in de jaren 1880-1890, de portretten van de familie Roulin in Arles, zijn ziektebeeld en een verhandeling over de Wacker-vervalsingen. De auteurs zijn: R. Dorn, W. Feilchenfeldt, Jan Hulsker, V.Jirat-Wasiutynski, H. Lensink, R. Manheim, M.M. Op de Coul, M. Supinen, P.H.A. Voskuil, B. Welsh, H.B. Wernessen en H. Zemel.
Van Juleke van Lindert en Evert van Uitert bracht Meulenhoff, Amsterdam, Een eigentijdse expressie; Vincent van Gogh en zijn portretten. In dit rijk geillustreerde essay worden een aantal van de meest beroemde portretten getoond. Afgebeeld worden onder andere: Van Gogh's Parijse vriend père Tanguy, madame Ginoux, dokter Paul Cachet, de zoeaaf en de zelfportretten.
Bij de Arbeiderspers, Amsterdam, kwam uit van Jan Meyers: De jonge Vincent en bij Waanders, Zwolle, 1989, verscheen van Louis van Tilborgh: Van Gogh en Millet. In een samenwerking tussen de Stichting Vincent van Gogh en Uitgeverij Waanders, Zwolle, verschenen de Cahiers Vincent.: waaronder, Cahier Vincent 3 - Restauratie, door onder andere M.M. Bang en C. Peres en Cahier Vincent 4 - Condoleancebrieven door Ronald Pickvance.
Vanzelfsprekend verscheen na deze stortvloed van publicaties in dat herdenkingsjaar 1990 opnieuw een behoorlijk aantal boeken over Vincent van Gogh. Voor liefhebbers van de in dit artikel genoemde en inmiddels niet meer verkrijgbare boeken, kan wellicht het antiquariaat uitkomst brengen.
Uit bovenstaande bloemlezing van onderzoekers en hun onderwerpen blijkt dat in de loop der jaren veel aspecten van het leven en werk van Vincent van Gogh belicht zijn en nog zullen worden