De Leidse schilder en tekenaarDavid Bailly was de zoon van een Vlaamseimmigrant. Na de eerste lessen bij een locale kunstenaar ging Bailly in de leer bij portretschilder Cornelis van der Voort in Amsterdam. In 1608 vertrok Bailly om zijn geluk elders te beproeven. Hij verbleef een jaar in Hamburg en reisde toen door Duitse steden naar Venetië en Rome. Hij werkte aan verschillende Duitse hoven. Terug in de Nederlanden, in 1613, schilderde Bailly historiestukken en, vooral, portretten. Hij combineerde portretten soms met vanitasstillevens, een bijzondere combinatie in de 17de-eeuwse schilderkunst. Bailly heeft zich, naast zijn werk als schilder, een tijdlang toegelegd op het tekenen van portretten. Over het algemeen maakte hij heel gedetailleerd weergegeven koppen en bustes.