Sinds het begin van de jaren negentig tracht Didier Vermeiren in zijn fotografisch werk een sculptuur vanuit een oneindig aantal hoekpunten te fotograferen. Door een lange belichting te hanteren gaat het volume van het beeld bewegen en verliest de sculptuur schijnbaar zijn zwaartekracht.
Galleria Massimo Minini te Brescia presenteerde de eerste ‘solides plastiques' in 2002. In het internationaal erkende oeuvre waren tot dan twee groepen werken te onderscheiden, de zogenaamde ‘sokkels' en ‘chariots'. Rond 2003 is daar dan een derde groep aan toegevoegd, de serie 'solides plastiques'. De naam heeft betrekking op de transformatie van klei, van zacht en kneedbaar tijdens de verwerking tot hard en solide na het bakproces. Sculpturen verwijzen bij Vermeiren steeds naar andere sculpturen. Klei, een essentieel maar uiteindelijk onzichtbaar element uit het productieproces, wordt nu beeld. Binnen het veld en de geschiedenis van de beeldhouwkunst verdiept Didier Vermeiren een bewust afgebakend territorium nauwkeurig verder. De beelden belichten de verschillende verhoudingen tussen lichaam en massa, sculptuur en sokkel, vorm en gietvorm, stilstand en beweging, de positie van de sculptuur in de ruimte en de relatie met de toeschouwer.
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!