Een kernthema in zijn werk is vanaf ca. 1959 de koppotige, een archaïsch wezen met een buitenmaatse kop binnen ingeperkte ruimten. Hij werkt consequent en op persoonlijke wijze aan deze romploze menselijke figuren met grote hoofden, die in profiel worden afgebeeld. Deze expressieve, dwergachtige wezens zijn bedoeld om iets over het innerlijke wezen van de mens duidelijk te maken. Zijn neorealistische gedrongen voorstellingen zijn symbolen van de fatalistische geïsoleerde mens. Antes is met zijn figuren aangeland op het klassieke terrein van het buitenissige - te samen met Beckett en Ionesco.
Onmiskenbaar zijn de maatschappij-kritische noten die men ook terugvindt in de tekeningen en zijn grafische werk.
De vlaktewerking van zijn beelden reminisceert aan het laat-kubisme en evenzeer aan de mechanische schilderwijze van Fernand Léger. De deformatie en het isolement van zijn beelden wijst op een beïnvloeding door Max Beckmann. Desondanks zijn de schilderijen van Antes opgewekt van aard, hetgenn nog wordt versterkt door hun kleurigheid.
Antes' oeuvre omvat ook beelden in de openbare ruimte. Zijn werken zijn over de hele wereld tentoongesteld en zijn vertegenwoordigd in vele belangrijke collecties. Voorbeelden hiervan zijn: de Kunsthalle Hamburg, het Museum Ludwig in Keulen of de Nationalgalerie in Berlijn.
In 1959 werd zijn werk bekroond met twee prijzen; de kunstprijs van de stad Hannover en de Pankoferprijs.
1960 Ontvangt een beurs van de kunststichting van het Bundesverband der Deutschen Industrie.
Eerste solotentoonstelling in galerie Der Spiegel, Keulen.
Rond 1960 ontdekt Antes zijn 'Kopffüßler' (letterlijke vertaling: Head-Footer of Koppotige), een vorm die de kunstenaar in talloze variaties en artistieke technieken tot ontwikkeling brengt.
1962-63 Studiebezoek aan de Villa Romana, Florence en de Beurs van de Villa Massimo, Rome. In de jaren '60 kreeg de kunstenaar kreeg verscheidene beurzen en prijzen, met inbegrip van de Villa-Romana-prijs in Florence in 1962 en de Villa Massimo beurs in Rome in 1963.
Slechts 29 jaar oud aanvaard Antes een pedagogisch post bij de Akademie in Karlsruhe.
Van 1967 tot 1973 heeft Horst Antes een leerstoel aan de Kunstacademie van Karlsruhe, welke hij weer zal hernemen in 1984. Bovendien gaf hij les aan de Staatliche Hochschule für Bildende Künste in Berlijn.
In Poggibonsi een klein stadje in Toscane ontdekte Antes op een fabrieksterrein massieve staalplaten tot wel 25 cm dik. Met snijbranders werden ze in stukken gesneden. Antes maakte er zijn massieve koppen. Door middel van het uithollen van de massieve staalplaat maakte hij hier ook zijn bekende staalkasten, a.h.w. kleine theatertjes.