In de Verenigde Staten ontstaat in de zestiger jaren, vooral in Californië en in New York, een stijlrichting in de moderne kunst die tegenover de principes van de abstracte-kunst, de art-informel en het tachisme een nieuw figuratief realisme stelde. Het baseerde zich daarbij op de exactheid van de fotografische weergave van de werkelijkheid, zonder enige subjectieve emotie, met een klinische precisie tot in het minste detail in beeld gebracht, aldus de koelste objectiviteit etalerend, ontstaat het Hyperrealisme.
Het hyperrealisme stond aanvankelijk dicht bij de pop-art, maar ontwikkelde zich later tot een zelfstandige beweging, die, vanuit Amerika, ook talrijke Europesekunstenaars beïnvloedde.
De motieven van het hyperrealisme komen vooral uit het dagelijks leven, waarbij de soms overdreven precisie en het schijnbaar willekeurige onderwerp (auto's e.d.) spanning legt in de vaak grootformatige werken. Het merendeel van de schilderijenzijn gekopieerd van foto's, terwijl de meeste beelden zijn vervaardigd op basis van lichaamsafgietsels, waardoor ze bijna niet van ‘echt' te onderscheiden zijn.
Met het foto-realisme is er weer een nieuw hoofdstuk aan de geschiedenis van het schilderen van de werkelijkheid toegevoegd. Op zichzelf is het gebruik van foto's in de schilderkunst niet nieuw, dat werd al in de 19de eeuw gepraktiseerd. Maar het zo nauwgezet volgen van de foto betekende wel een nieuwe stap. Het is verrassend om te zien hoe stijl en uitdrukking zoveel kunnen verschillen ondanks het feit dat al deze kunstenaars naar foto's werken.