Zijn beweeglijke, vloeiende stijl toont o.a. invloeden van Picasso en Archipenko, waarin hij de strijd en het lijden van de mens uitdrukt. Wereldberoemd zijn z'n vijf bas-reliëfs te Merion in Pennsylvania uit 1922.
Hij studeerde werktuigbouwkunde te Vilna voordat hij in 1909 naar Parijs trok. Hier begon hij te beeldhouwen en kwam hij onder de invloed van de kubisten. Van 1912-13 diende hij in het Russischeleger, waarna hij naar Parijs terugkeerde. Omstreeks 1925-26 begon hij o.i.v. het surrealisme tegenover de strenge kubistische vorm gebogen vormen te stellen. Zijn stijl veranderde ingrijpend. Zijn sculptuur werd transparant en vloeiend van beweging. Hieruit volgde trouwens een serie beeldhouwwerken die als transparants bekend werden. Vanaf 1930 hield hij zich bezig met thema’s die bepaald werden door de schokken die rond die tijd de wereld troffen: het fascisme, en later het uitbreken van W.O. II. Hij maakte sculpturen met als titel De ontvoering van Europa (1938), Het gebed (1943), Bevrijding (1947). Het werden zwaar doorwerkte vormen (massieve constructies door vloeiende beweging onderbroken) waarvan een innerlijke werking uitging. Ze bleven steeds door een kubistische gedachte bepaald, nl. de samenhang tussen de verschillende delen der massa en de lege ruimten tot een eenheid verwerkt. In 1941 week hij uit naar New York. Zijn werk vertoont later een neiging tot symboliek. (Summa)
In 1909 verhuisde hij in verband met de problemen door zijn Joodse afkomst naar Parijs waar hij studeerde aan de École des Beaux-Arts en de Académie Julian.
In juni 1941 vluchtte hij, in verband met de bezetting van Frankrijk, naar New York waar hij een expositie had in de Buchholz Gallery.
Na een kort verblijf in 1945 in Parijs keerde Lipchitz definitief terug naar de V.S waar hij zich in 1947 vestigde in Hastings-on-Hudson, een plaats vlakbij New York.
Helaas brandde in januari 1950 zijn New Yorkse atelier uit en vele werken gingen verloren of werden beschadigd.
In 1958 ontving Lipchitz het Amerikaanse staatsburgerschap.
Hij nam deel aan de Documenta 2 en 3 in 1959 en 1964 in Kassel.
1978 Zijn enorme bronssculptuur Onze Levensboom, die door zijn tweede vrouw, de Berlijnse beeldhouwster Yulla Halberstadt, werd voltooid, werd op het hoogste punt van Jeruzalem, de Scopusberg, geplaatst.
Lipchitz produceerde een groot aantal beelden voor gebouwen in Rio de Janeiro, Frankrijk, Israël en de Verenigde Staten.
In 1976 kreeg het Kröller-Müller museum via een schenking van de Jacques and Yulla Lipchitz Foundation 36 grote en kleine gipsen beelden van Jacques Lipchitz en 6 tekeningen uit de periode 1913-1919. Op 11 juni 1977 werd de uitbreiding van het museum officieel in gebruik genomen.
Werken: . Zittende man met klarinet, . Baadster III, 1917, steen, hoogte 71, Merio (Penn.), stichting Barnes
. Baadster, 1917-19, brons, hoogte 89, Bielefeld, Kunsthalle Onder de invloed van het kubisme, vooral van Picasso en Gris, komt Lipchitz rond 1915 tot een vorm van abstractie, waarbij het beeld zo sterk ontleed wordt dat de figuren demonteerbaar lijken, dit wil zeggen in geometrische vlakken opgedeeld en nadien opnieuw samengesteld als een architectonische structuur. Hij komt tot een esthetica die nauw verwant is met de dynamisch-mechanische stijl van Léger. In de periode 1914-25 ontstaat de grandioze reeks van kubistisch geconstrueerde harlekijnen, muzikanten en baadsters. Al is het uitgangspunt hier steeds een reële figuur, toch zijn het eerder een overdreven gebaar, een detail van de kledij die zijn poëtische fantasie stimuleren en hem tot een geabstraheerde compositie brengen. (exp 116)
. Figuur, 1926-1930, brons, 210x100x100, New York, Museum of Modern Art . Vrouw met gitaar, 1927, brons, hoogte 35, privé-verzameling
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!