Amsterdam 1639 - 1642 in 1639 huwelijk met Josijntje de Hondecoeter, de dochter van schilder Gillis d'Hondecoeter.
Rome 1642 - 1647 In 1642 vertrok hij naar Rome, waar hij toetrad tot de 'Bentveughels', een vereniging van Vlaamse en Nederlandsekunstenaars. Ieder nieuw lid van de Bent kreeg een bijnaam. Vanwege zijn manier van spreken werd Weenix 'de Ratel' genoemd.
In Rome werkte Weenix voor paus Innocentius X en kreeg veel opdrachten van kardinaal Pamphili.
Amsterdam 1647 - 1649 Na zijn terugkeer in 1647 was hij gespecialiseerd in het schilderen van Italianiserende landschappen en havengezichten, maar hij maakte ook enkele portretten en stillevens met jachtbuit.
Een hond en een kat bij een half geslachte ree, ca. 1647-60, Olieverf op doek, 180 x 162 cm Een ree is aan één poot opgehangen. Zijn maag is opengesneden en zijn ingewanden liggen voor hem op het stenen werkblad. Gezien het straaltje bloed dat van de tafel druipt is het beest opgehangen om te besterven. Een hond en een kat zitten aan weerszijden van het dierenlijk naar elkaar te blaffen en te blazen, ieder hopend op een maaltje. Zelfverzekerd schilderde Weenix dit grote jachtstilleven dat hij linksonder signeerde. Hij gaf eerst de vormen aan met een tekening en daarna met een doodverflaag. Deze is in de architectuurrechts onbedekt gelaten. Vervolgens maakte hij de schildering, soms in wat pasteuzeverf. Met een laagje groene glacis maakte hij het fluwelengordijn af. Tijdens het schilderen schoof hij dit gordijn naar rechts om een storende naad in het linnen te verdoezelen.
Weenix vestigde zich van 1649 tot 1656 in Utrecht. Van 1656 tot 1659 was hij woonachtig op kasteel Ter Mey te De Haar, in de omgeving van Utrecht
Sterfplaats en datum: De Haar (Vleuten-De Meern) 1659 – 1661 (Sutton verwijst naar Houbraken die meldt dat Weenix tussen 1660 en 1661 op 39-jarige leeftijd overlijdt. Volgens Briels overlijdt Weenix in 1659. Hij refereert naar de openbare boedel- en faillissementsveiling die 25 april 1659 op kasteel Ter Mey in De Haar plaats vond.)
Zijn zoon Jan Weenix (1640-1719) en zijn neef Melchior d'Hondecoeter waren zijn leerlingen. Zijn zoon Jan Weenix is vooral bekend door zijn decoratieve, gedetailleerde jachtstillevens. ook Nicolaes Pietersz. Berchem wordt wel genoemd als een van zijn leerlingen. Het lijkt echter niet waarschijnlijk; Berchem is een jaar ouder en beiden waren leerling - waarschijnlijk in dezelfde tijd - bij Nicolaes Moeyaert (M. de Kinkelder)
Nagevolgd door Cornelis Cingelaar en Jan Weenix.
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!