Zoon van Jan Brueghel I; vader van Clara Eugenia Isabella, Sara Maria, Jan Peeter, Ambrosius, Philips, Ferdinand, Abraham en Jan BaptistBrueghel; trad in 1626 in het huwelijk met Anna-Maria Janssens, dochter van Abraham Janssens. Na de overname van het atelier van zijn vader Jan Brueghel I in 1624, wijzigt Jan Breughel II de signatuur van 'Brueghel' in 'Breughel'.
Hij ontving zijn opleiding van zijn vader Jan Brueghel de oudere. Na diens dood maakte hij een reis naar Italië (1622 - 08-1625), waarna hij de werkplaats in Antwerpen overnam. In 1630 werd hij deken van het Sint-Lucasgilde.
Jan Brueghel de Jonge volgde de stijl van zijn vader zijn leven lang na in zijn schilderijen. Net als zijn broer Ambrosius Brueghel en andere fijnschilders schilderde hij landschappen, allegorische taferelen en andere zeer nauwgezet en verfijnd geschilderde werken. Jan Brueghel kopieerde ook werken van zijn vader en verkocht ze onder diens naam. Zijn werken zijn echter van iets mindere kwaliteit dan die van zijn vader. Hij schilderde ook de achtergrond in werken van anderen, zoals Hendrick van Balen.
Leraar van Abraham Brueghel. Nagevolgd door Franz Hartmann (1694-1728).
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!