In 1956 ontvangt hij de Kandinsky-prijs in Parijs. Hij heft nauwe contacten met de kunstenaars van galerie Denise René, zoals Hartung, Schneider en Poliakoff.
Samen met Arp, Pevsner en Sonia Delaunay-Terk was hij bestuurslid van de Salon des Réalités Nouvelles en behoorde hij in 1950-1952 samen met Edgar Pillet tot de oprichters van het Atelier de l'Art abstrait. Mede daarom was hij bijzonder geïnteresseerd in het uitwerken van nieuwe kleurtheorieën. Omdat hij ook architectuur had gestudeerd, verrichtte hij pogingen de schilderkunst sterker met de architectuur te verbinden. Hij experimenteerde met vernisverf en toepassingen van geprefabiceerde objecten voor zijnAntisculpturen.