JohannesBosboom is vooral bekend geworden door zijnschilderijen en tekeningen (sepia's) van verstilde kerkinterieurs, bevolkt door figuren in de 17e-eeuwse kledij. Als Haagse-Schoolkunstenaar probeerde hij de indrukken weer te geven die het gebouw op hem maakte. Daarnaast was hij geïnspireerd door de lichtval en atmosfeer in het werk van de 17e-eeuwse schildersRembrandt en Emanuel de Witte. Zijn sepia-aquarellen zijn geïnspireerd op rembrandt. In zijn latere schilderijen brengt hij de verf steeds dikker op.
Leerling van Bartholomeus Johannes van Hove en raadgevingen van Wijnand J.J. Nuijen in zijn jeugd. Was bevriend met Andreas Schelfhout. Leraar van Maria Ph. Bilders-van Bosse en W.P. de Haas.
Biografie Op 14-jarige was tot 1835 zijn leermeester stadsgezichtenschilder Bart van Hove. Ook kreeg hij raadgevingen van J. Nuyen.
Tussen 1831 en 1835 studeerde hij aan Akademie van beeldende kunsten (Den Haag) en van 1839 tot 1840 opnieuw.
1835 verblijft in Duitsland, o.a. in Keulen en Koblenz met Salomon Leon Verveer.
Johannes Bosboom had na zijn opleiding bij de architectuur- en genreschilder Bartholomeus Johannes van Hove weldra zoveel succes als vedutenschilder dat hij zich reeds in 1836 zelfstandig kon vestigen.
Johannes Bosboom maakte tijdens zijn reizen door het Rijnland en Frankrijk schetsen van zijn indrukken om deze vervolgens tot zelf bedachte composities te arrangeren. In een romantische stijl geeft hij daarbij topografisch nauwkeurig zijn gebouwen en landschappen weer. De uitdrukking wordt soms nog verhoogd door menselijke figuren. Zijn werk kan ook realistische tendensen vertonen, die teruggaan tot een beïnvloeding door Jean-François Millet.
1839-1840 Akademie van beeldende kunsten (Den Haag)
In 1855 werd Johannes Bosboom de oprichter van de 'realistische' Haagse School. In de jaren nadien beperkte hij zich tot het weergeven van gewijdearchitectuur en kwamen zijn welbekende interieurs van kerken tot stand.
In 1856 werd hij geridderd in de orde van Leopold.
‘Kerkinterieur’, 1850-1891, olieverf op paneel, h: 40,5 x b: 35,0 cm (incl. lijst), E874, afkomstig uit Collectie Willem van Rede, in bruikleen aan een hoogwaardigheidsbekleder. Johannes Bosboom koos er al in een vroeg stadium van zijn carrière voor om zich te specialiseren in kerkinterieurs. Het onderwerp was niet nieuw en al sinds de late zestiende eeuw een gewild thema. De afbeelding van het Nederlandse kerkinterieur maakte in de zeventiende eeuw een bloeiperiode door. Pieter Janz Saenredam (1597 - 1665) en Emanuel de Witte (ca. 1617-1692) zijn de twee bekendste schilders uit deze periode. Johannes Bosboom blies de schilderkunst van kerken in de negentiende eeuw nieuw leven in. Hierbij was Emanuel de Witte zijn grote voorbeeld. Bijzonder is de manier waarop Johannes Bosboom dit interieur heeft weergegeven. Het ging hem in eerste instantie niet om de architectuur, maar om de expressie van de ruimte en het vastleggen van de atmosferische werking van het licht. Voor de weergave van het licht inspireerde hij zich op Rembrandt van Rijn (1606-1669). Omdat Johannes Bosboom eigentijdse kleding niet geschikt vond voor de stoffering van zijn onderwerpen beeldde hij een persoon in zeventiende eeuwse kledij af. Hiermee verwijst hij ook naar zijn voorgangers. Centraal in het schilderij is een groot bronzen doopvont met hoge deksel uit de late middeleeuwen te zien. Van dit soort doopvonten is slechts een aantal exemplaren bekend, deze lijkt sprekend op het doopvont van de St. Jan in Den Bosch.