Na in de leer te zijn geweest bij zijn vader, ondernam hij in de jaren 1580 een reis naar Italië. Afkomstig uit een kunstenaarsfamilie orienteerde de Momper zich aanvankelijk op het late werk van Pieter Brueghel de Oudere. Later evenwel maakte hij in Italie bij de Vlaming Lodewijk Toeput kennis met het Venetiaanse kolorisme van Tintoretto. Belangrijk voor zijn ontwikkeling waren ook de indrukken die hij opdeed in het Alpengebied.
Meer dan 500 schilderijen zijn toegeschreven aan De Momper, slechts een zeer klein deel daarvan is gesigneerd.
Op basis van naturalistischetekeningen componeerde hij landschappen, in het bijzonder fantastische berglandschappen gezien vanuit een hoog standpunt volgens een vast kleurschema: bruine tinten voor de voorgrond, via groen naar blauw voor de achtergrond. Deze weidse panorama's zijn gestoffeerd met groepen figuren. Later schilderde De Momper landschappen vanuit een lager standpunt. Binnen een vaste architectonische opbouw van zijn schilderijen onderstreepte hij door zijn sfeertekening van de hemelpartijen, de gedifferentieerde licht- en schaduwwerking, het contrast tussen voor- en achtergrond. De donkere voorgrondpartijen en de lichte achtergrond worden door een sterk diagonale dieptewerking met elkaar verbonden.