In Hongarije en in de Slavische gebieden is zuiver realisme in de beeldende kunst minder aanwezig als gevolg van de romantiserende tendenties in nationalistische en volkse afbeeldingen van de eigen cultuur. Typische voorbeelden van de BoheemseRomantiek in de Tsjechische kunstzijn de schildersMikoláš Aleš (1852-1913) en Jozef Mánes met hun weergave van plattelandstypen, historiserende afbeeldingen uit de Tsjechische geschiedenis en genrestukken. Onder de Duitstalige Tsjechen moet de neoromanticus Gabriel Ritter von Max (1840-1915) worden vermeld die romantische boekillustraties en mystiek-pathologische genrestukken maakte.
Mánes schilderde landschappen, genrestukken, historische onderwerpen en portretten, miniaturen en bloemen en illustreerde volksliederen.
Biografie Hij studeerde aan de Praagseacademie en later ook bij Peter von Cornelius en Moritz von Schwind in München. Na reizen naar o.m. Moskou, Rome, München en Polen keerde hij terug naar Praag war hij zich inzet voor de ontwikkeling van een nationalistische schilderkunst, hetgeen met name tot uiting kwam in zijn dorpsschetsen. Zijn schilderij Ontmoeting tussen Petrarca en Laura uit 1846 draagt laatromantische kenmerken.
Zijn belangrijkste werk is de Maandschijf van het ronde calendarium met de twaalf tekens van de dierenriem onder het astronomische uurwerk uit 1865 aan de toren van het Raadhuis van de Oude Stad. Tegenwoordig hangt er een kopie - het origineel is naar het museum verhuisd.
Mánes illustreerde ook de zgn. "middeleeuwse" handschriften van Václav Hanka, die later door Masaryk e.a. als vervalsingen werden ontmaskerd en waarover een langdurige strijd losbrandde tot zij tenslotte ook door de nationalisten als vervalsingen werden onderkend: de zgn. Köninginhofer en Grünberger handschriften.
Veel werk van Mánes is te zien in het Agnesklooster, waar ook werk van Mikoláš Aleš hangt. Aan deze grootste Tsjechische schilder herinnert voorts het Máneshuis (Mánesův dům), in de Staré Město, het woonhuis van de kunstenaarsfamilie Mánes.
Evenals andere kunstenaars ligt Mánes begraven op het bekende kerkhof Olšany.
De jongere broer van Josef, Quido Mánes (1828-1880) vertegenwoordigde in de Tsjechische kunst de "Biedermeier"-stroming. Hij toont in zijn schilderijen de wereld van kunstenaars, burgers en studenten. Hoewel hij in München zijn opleiding had genoten, onderging Mánes de geest van zijn tijd met zijn ideeën over volk, natie en culturele autonomie. Op zijn wijze heeft Mánes een belangrijke bijdrage geleverd aan de culturele en politieke bewustwording van zijn volk.