Makkink volgde eind jaren vijftig de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam, richting schilderen.
fotografie Na zijn studie vertrok hij naar het buitenland. Eerst naar Amerika en later naar Zweden, waar hij een opleiding tot modefotograaf volgde.
Met het idee om als freelance fotograaf in Engeland aan de slag te gaan, verhuisde hij in 1968 naar Londen. Daar kwam hij al snel tot de ontdekking dat het werken in opdracht niets voor hem was. Hij besloot weer te gaan schilderen.
Pop-Art Zijn werkruimte bevond zich in het ateliercomplex S.P.A.C.E (Space Provision Artistic Cultural Education). Omringd en beïnvloed door Pop-Art kunstenaars, kopieerde Makkink 'alledaagse beelden', zoals plaatjes uit tijdschriften. Evenals Francis Picabia schilderde hij pornofoto's na die hij op de wand van zijn atelier had geprojecteerd. Deze groteskepornografische schilderijen voorzag hij van hilarische titels zoals 'Odalisque as big as a truck'. In de film 'A Clockwork Orange' van filmregisseurStanley Kubrick is een aantal van deze schilderijen te zien.
Nieuwe Figuratie In 1972 keerde hij terug naar Nederland, waar inmiddels de Nieuwe Figuratie de heersende kunststroming was. Het oeuvre van Makkink kan tot deze schilderstijl worden gerekend.
Voor zijn schilderijen en latere objecten putte Makkink uit zeer uiteenlopende bronnen. Zo bewerkte en verwerkte hij vanaf 1975 delen van schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken van negentiende en twintigste eeuwse collega's tot eigen voorstellingen. Voorbeelden hiervan zijn schilderijen als 'Stilleven met hamer I (Henri No Moore)' uit 1980, waarop een beeldhouwwerk van Henri Moore is geschilderd. En 'Tahitiaans Interieur' (1976), 'De Visvrouw Thuis' (1976) en 'Zonder titel (Modigliani's Modellen, 1977)' die hij opeenvolgend naar aanleiding van schilderijen van Gauguin, Picasso en Modigliani heeft gemaakt.
Ook greep hij voor zijn schilderijen terug naar klassieke schilderkunstige thema's en symbolen. Hij deed dit echter niet volgens de schilderkunstige traditie. Zo schilderde hij 'Madonna met gevleugelde Poedelkopjes' in 1972. De heiligemaagd beeldt hij in dit schilderij af als een pin-up, de engelen als poedelhondjes met engelenvleugelen. Klassieke thema's op een nieuwe leest geschoeid.
symboliek Zijn schilderijen kunnen door de vele verwijzingen worden gelezen als een verhaal. Enige kennis van de door hem gebruikte symboliek is hiervoor wel nodig. Hij schilderde vaak vogels, zoals de zwaan die levenskracht, minnedrift, trots en eenzaamheid symboliseert. Ook de naaktevrouw is een regelmatig terugkerend symbool en verwijst naar begrippen zoals verleiding en onschuld. Daarnaast zijn water (leven en dood), fruit (vrouw en verleidelijkheid) en de hamer (man, kracht) zijn favoriete symbolen.
tweeënhalve dimensionale werken Vanaf midden jaren tachtig maakt hij 'tweeënhalve dimensionale' werken. Door uit de voorstellingen delen te knippen die hij met vlieswatten opvulde, creëerde hij reliëfs. 'Anno Dodo' (1986), 'Two Can' (1987) en 'Raven' (1985) zijn hier voorbeelden van. Zinspelingen of populaire uitdrukkingen fungeerden vaak als aanleiding. Zo maakte hij in 1991 'Krokodillentranen' naar aanleiding van het welbekende schilderij van het huilende jongetje. Zijn waterlanders gaan over in tranen gemaakt van krokodillenleer. Enkele jaren later voegde hij aan zijn wandobjecten ook materialen toe die de ruimte in steken, zoals vlaggen, veren en bezemstelen. 'Time Flies' is hier een mooi voorbeeld van. Basis vormt een zwart-witreproductie van een schilderij van de 17e eeuwse schilder Aert van Neer, dat een winterlandschap voorstelt met bezemstelen er doorheen gestoken en beplakt met porseleinen eenden. Doordat Makkink de reproductie een beetje opbolt, lijkt het net op een zeil dat wind vangt. Met deze verwijzing naar een wegzeilende boot doelt hij op de geschiedenis die van ons wegglijdt.