In de schilderkunst staat luminisme voor een richting in de (Nederlandse & Belgische) schilderkunst tussen ca 1890 en ca 1920 dat het accent in het kunstwerk op de weergave van het licht, de lichteffecten en de lichtstraling legt.
Het luminisme, dat geen echte beweging is geworden, had een groot aantal overeenkomsten met het pointillisme, maar verschilde in de fundering van zijn opvattingen omtrent licht en kleur. Vooral in Nederland werd onderscheid gemaakt tussen beide stromingen (vb. voor de begintijd van Jan Sluyters). Het Luminisme was een verhevigde vorm van het Pointillisme en legde de nadruk op de weergave van een zeer sterk effect van licht in brede, blokvormige vlakken en heldere kleuren. Met schreeuwend felle streepjes verf werd een voorstelling snel op het doek gezet. Wanneer je die schilderijen nu ziet, doen ze bijna pijn aan je ogen. De nadruk ligt op het stralend lichteffect wat de stippeltechniek teweeg kan brengen.
Het Nederlandse luminisme was een stroming in de schilderkunst als reactie of ontstaan uit de Haagse School en het impressionisme en werd beďnvloed door de tentoonstelling van les Vingt en door het symbolisme.
Richting in de schilderkunst die de nadruk legt op bijzondere, soms zeer sterke lichteffecten. Deze stroming kwam in het begin van de 20ste eeuw op. Het luminisme, dat geen echte beweging is geworden, had een groot aantal overeenkomsten met het pointillisme, maar verschilde in de fundering van zijn opvattingen omtrent licht en kleur. Vooral in Nederland werd onderscheid gemaakt tussen beide stromingen (vb. voor de begintijd van Jan Sluyters). (Summa)
Vie et Lumičre Men beschouwt Emile Claus en de schilders uit Latem, de latere expressionisten, als de leiders van het Belgisch Luminisme. In 1904 stichtte Emile Claus de Kring Vie et Lumičre. Volgens Ensor is Claus de geniale kerel die "de zon op flessen trok".
Domburg, Walcheren Volgens kunsthistorici ontstond in het Zeeuwse plaatsje een heuse luministische beweging. Het licht op de Zeeuwse eilanden zou anders zijn dan in de rest van Nederland. Lichter, blonder. Dat ontdekte een groep bevriende kunstenaars aan het begin van de vorige eeuw en ze vestigden zich in Domburg, Walcheren.
Jan Toorop Het middelpunt van de 'Domburgers' was de schilder, tekenaar en graficus Jan Toorop (1858-1928). Hij bezocht het badplaatsje in de zomer van 1897, iets wat hij twintig jaar lang bleef herhalen. In een impressionistische stijl, die er vooral op gericht was een indruk weer te geven, legde Toorop in Domburg de werking van het Zeeuwse licht vast. Bekende voorbeelden hiervan zijn de schilderijen Kanaal Middelburg-Vlissingen (1907) en Zee en duinen bij Domburg (1908).
Ook andere kunstenaars, onder wie Piet Mondriaan (1872-1944), probeerden dit licht te 'pakken'. Mondriaansschilderij Zee naar zonsondergang (1909) geeft de sensatie weer die hij in Domburg onderging. Werk van Toorop, Sluyters en mondriaan, dat in 1908 op een tentoonstelling bij St. Lucas hangt en uitgevoerd is in een laat-pointillistische stijl, krijgt dan ook al spoedig de naam luminisme.
In de letterkunde bedoelt men met luminisme: het weergeven van sfeer, stemming door middel van het beschrijven van een reeks detailindrukken.