Van 1869 tot 1877 verbleef Matthijs Maris in Parijs; hij was daar gedurende de roerige jaren van de Frans-Duitse Oorlog en de opstand van de Communards. In deze Periode schilderde hij zijn beste werken.
In 1877 vertrok hij via contacten met de kunsthandel naar Londen. Geleidelijk aan vereenzaamde hij en raakte in de vergetelheid. Hij trok zich terug in een wereld van Fantasie. Gedurende deze Periode maakte hij monochromegrijze droomlandschappen met mysterieuze figuren.
Voor Matthijs Maris was schilderen het treffen van een innerlijke waarheid, die als hogere werkelijkheid ver verheven was boven het schilderen naar de Natuur. Matthijs leefde veertig jaar Lang als een eenzame, miskende visionair in Londen, terwijl zijn broers Jacob en Willem Maris bekende schilders waren van de Haagse School.
Als na 1905 de prijzen voor zijn werk stijgen, wijst hij de roem af.