Max Bill was een belangrijk pionier van de concreteabstracte kunst met grote belangstelling voor de wiskunde en introduceerde de term 'concrete kunst' voor non-figuratieve uitbeeldingswijzen. Hoewel het geometrische formalisme van Bill en veel andere vertegenwoordigers van het Modernisme bedoeld was als manier om een grotere universaliteit te bereiken, raakte de stroming niet wijdverbreid door de soberheid en het gebrek aan op mensen georiënteerde eigenschappen. In de jaren ’80 produceert hij diverse monumentalesculpturen.
Biografie Max Bill, geboren 1908 in het Zwitserse Winterthur, volgt van 1924 tot 1927 een opleiding voor zilversmid aan de Kunstgewerbeschule van Zürich. Een periode waarin zijn ontwerpen werden beïnvloed door het Kubisme en Dada.
In 1929 keerde hij weer terug Zürich, waar hij werkte als architect en grafisch vormgever en zijn eigen architectenbureau opricht. Ook sloot hij zich aan bij de kunstenaarsvereniging Schweizerige Werkbund. Als lid van de SWB ontwierp hij het landgoed Neubühl nabij Zürich (1930-1932) in de Modern Style. Hij werd de belangrijkste vertegenwoordiger van het Constructivisme binnen de Zwitsersegrafische school en maakte in de jaren '30 grafische ontwerpen voor de winkel Wohnbedarfin Zürich.
Hij trouwde in 1931 met de celliste en fotografe Binia Spoerri.
Hij werkt volgens Theo van Doesburgs concept van de 'concrete kunst', dat ervan uitging dat universaliteit alleen kon worden bereikt door duidelijkheid.
Een van zijn bekenste werken is "De Eindeloze Kronkel". De eerste Eindeloze Kronkel maakte Max Bill in 1935. De kunstenaar kende, volgens de overlevering, de Mobiusring (1858) van de Duitse wiskundige en astronoom Mobius toen niet. De Eindeloze Kronkel is een voorbeeld van mathematisch-geometrische kunst. Van de Eindeloze kronkel bestaan meerdere versies. In het park Middelheim kunt u een van deze kronkels bewonderen.
In 1936 formuleert hij de “principes van de concrete kunst”. Sinds 1936 zijn van zijn hand talrijke publikaties verschenen.
In 1937 werkt hij aan een monografie over Le Corbusier en treedt toe tot de “Allianz”, een vereniging van moderne Zwitserse kunstenaars. Ook werd hij lid van de CIAM (Congrès International d'Architecture Moderne) en de UAM (Union des Artistes Modernes).
In 1944 richt Bill het tijdschrift “abstrakt konkret” op en organiseert onder dezelfde naam een tentoonstelling in de Kunsthalle in Bazel.
Werkt vanaf 1944 als vormgever en is in 1944/45 docent voor vormleer aan de Kunstgewerbeschule in Zürich. Zijn aluminium wandklok (1957), gefabriceerd door Junghans, en de minimalistische kruk Ulmer Hocker (1954) behoren tot zijn bekendste producten.
In 1949 vond een groepstentoonstelling van Max Bill, Georges Vantongerloo en Antoine Pevsner plaats in het Kunsthaus in Zürich.
Bill was verantwoordelijk voor de Duitse prijzen en exposities 'Die Gute Industrieform'.
Van 1950 - 1956 is hij de inspirerende kracht achter de Hochschule fur Gestalrung in Ulm, die hij probeert te leiden in de geest van het Bauhaus in Dessau. De eerste vijf jaar was hij rector en hoofd van de afdelingen architectuur en productontwerp. In Ulm pleitte Bill voor het Bauhausachtige geometrische Formalisme, in de overtuiging dat producten gebaseerd op wiskundige wetten een esthetische zuiverheid en daarom een grotere universele aantrekkingskracht bezaten. Deze benadering van design werd voortgezet door Hans Gugelot toen hij de afdeling productdesign van Ulm overnam en beïnvloedde met name zijn leerling Dieter Rams.
1956/1957 Overzichtstentoonstellingen in Ulm en München.
Na zijn vertrek uit Ulm vestigde Bill in 1957 een atelier in Zürich en concentreerde hij zich op beeldhouwen en schilderen.
Neemt in 1959 en 1964 deel aan Documenta 2 en 4, Kassel.
Hij was hoofdarchitect van het paviljoen 'Onderwijzen en Creëren' op de Zwitserse Nationale Tentoonstelling van 1964 en werd in datzelfde jaar erelid van de AIA (American Institute of Architects).
1967 Leerstoel voor Milieubeheer aan de Hochschule für Bildende Kunst in Hamburg.