Het voorvoegsel 'neo' (nieuw) wijst op de wederopbloei van een eerdere trend of opvatting. Zo werd aan het eind van de jaren vijftig de term neo-dada gebruikt ter typering van het werk van kunstenaars die teruggrepen op de oorspronkelijke dada-beweging en objets trouvés in hunschilderijen incorporeerden.
Neo-dada, de Amerikaanse tegenhanger van het EuropeseNouveau realisme, kenmerkt zich door het gebruik van bestaande motieven zoals vlaggen, kaarten en getallen, populaire afbeeldingen zoals bijvoorbeeld strips en beelden uit de massamedia. De stijl wordt wel beschouwd als voorloper van de Pop art. In de kunstwerken van het neo-dada is echter geen bespiegelend element aanwezig ten aanzien van de consumptiemaatschappij. De realiteit en maatschappij worden geaccepteerd zoals ze zijn, en op een esthetische wijze in de kunstwerken ingebracht.
Tot op heden hanteert men de termen neodada en pop art door elkaar. De term neodada leidt tot verwarring, omdat de pop-kunstenaar in tegenstelling tot de dadaist onder meer een positieve en affectieve houding heeft ten opzichte van de moderne maatschappij. Ook al benadert hij zijn onderwerp soms op humoristische wijze, de pop-kunstenaar is nooit satirisch of negativistisch.
Neo Dada wordt soms ook wel gebruikt als een algemene overkoepelende term voor een aantal nieuwe Pop Art-stijlen die in de jaren vijftig en zestig opkwamen, zoals Nouveau Réalisme en in het bijzonder de beweging Funk Art (zie Kienholz).
Vertegenwoordigers neo-dada: Jasper Johns en Robert Rauschenberg. Pop art, zeker gedurende de jaren zestig, had een zeer natuurlijke aantrekkingskracht voor Amerikaanse kunstenaars, die in een nog industriëlere en commerciëlere omgeving leefden dan de Britten. Toen ze zich de vele mogelijkheden in hun alledaagse omgeving realiseerden in het creeren van een nieuw onderwerp, was het resultaat een veel brutalere en agressievere kunst, dan die van hun Europese tegenhangers.
Rauschenberg gebruikt alledaagse voorwerpen in zijn kunstwerken, waarbij esthetische overwegingen als wel de toevalligheid van samenstelling een rol spelen. In zijn vroege werken combineerde Rauschenberg zijn eigen schilderijen met tijdschriften, opgezette dieren of autobanden. De manier waarop de objecten beschilderd waren, leek nog sterk geïnspireerd door het abstract-expressionisme. Johns legt zich toe op de vormentaal van utiliteitsobjecten en tekens.