Neo-Impressionisme (kok divisionisme of pointillisme genoemd)
Benaming voor een beweging in de schilderkunst, ontstaan in Frankrijk in de jaren tachtig van de 19de eeuw, waarvan de aanhangers schilderden in verftoetsen, meestal stippen van onvermengde kleuren naast elkaar; de vermenging van kleuren vindt pas plaats in het oog van de beschouwer.
Neo-Impressionisme is een richting aan het einde van de 19de eeuw, waarin vooral Georges Seurat een belangrijke rol speelde. Seurat ging uit van een wetenschappelijke verdeling van kleuren die in 1839 door de natuurkundige Chevreul en Ogden Rood was ontwikkeld. Uitsluitend ongemengde kleuren werden in kleine vlekken of punten naast elkaar gezet. Door de complementaire werking en het contrast van de kleurvlekken werd enerzijds een sterk vibrerend licht verkregen. Anderzijds was een zekere stilering onvermijdbaar. Het resultaat is dat er een optische kleurmenging plaatsvindt bij waarneming op afstand. Seurats methode was in feite een aanscherping van het probleem van het licht dat de Impressionisten zo bezig hield.
Van Gogh werkte in het voorjaar van 1887 veel samen met Paul Signac. Hij maakte gebruik van de pointillistische techniek maar zonder de strikte normen van Seurat over te nemen.
In tegenstelling tot de impressionisten pasten de neoïmpressionisten de kleurverdeling niet instinctmatig toe; zij hielden zich bezig met vraagstukken als psychologie en fysiologie van het zien, met optische problemen en met analysen van licht en kleur. Zij baseerden zich daarbij op resultaten van wetenschappelijke onderzoekingen van o.a. Chevreul, Helmholtz en Road en op de leer van de complementaire kleuren van Delacroix. Met de beweging van het neoïmpressionisme (de term werd in 1886 voor het eerst gebruikt door de publicist Félix Fénéon, maar de beweging bestond reeds sinds 1884) zijn vooral verbonden de namen van Seurat en Signac, maar ook Pissarro (die echter ca. 1890 reeds een vrijere schilderwijze ging beoefenen), H.E. Cross, Ch. Angrand en A. Dubois-Pillet behoorden ertoe. In sommige van hun werken hebben ook Matisse, Van Gogh en Toulouse-Lautrec de stippeltechniek toegepast. In Nederland waren J. Toorop, J. Thorn Prikker, Leo Gestel, J.J. Aarts, H.P. Bremmer en Hart Nibbrig voor korte of langere tijd aanhangers van het neo-impressionisme; in België Th. van Rysselberghe, G. Lemmen, G. Morren en H. van de Velde. (summa)
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!