Pier Pander was eind 19e eeuw net aangevangen met de ideevorming van een totaal-kunstwerk, een kunsttempel met beelden. Waarschijnlijk begon Pander al rond 1895 met het uitwerken van zijn eerste ideeën hierover. Pander werd, zoals zo veel van zijn tijdgenoten, sterk beinvloed door het theosofische gedachtegoed. De theosofie, in feite een combinatie van oosterse en westerse religies en filosofieën, was onderdeel van een breed gedragen hang naar spiritisme en occultisme aan het einde van de 19de eeuw. Die invloed hiervan op Panders werk is vooral duidelijk te zien in de tempelbeelden. Deze vijf beelden, Uchtend, Ontwakend gevoel, Gedachte, Moed en Kracht, en Aurora, symboliseren niet alleen de ‘menselijke hoofdkwaliteiten’ in het algemeen, maar met name de ziel van de kunstenaar in het bijzonder.
Pier Pander (1864-1919)
Friesebeeldhouwer en medailleur, ridder in de Orde van Oranje-Nassau, geboren in Drachten (Smallingerland) 2 juni 1864. Woonde sinds 1890 in Rome, alwaar hij 6 september 1919 overleed.
Biografie Pander was het zoontje van een arme Friese schipper. Doordat hij prachtig houtsnijwerk maakte, werd hij door enkele mecenassen, waaronder J.de Koo, hoofdredacteur van de Amsterdammer, in staat gesteld te studeren in Amsterdam.
Met het beeld “Stroomnimf” won Pier Pander in 1886 de Prix de Rome voor beeldhouwkunst. Bottuberculose verhinderde echter een spoedige studiereis naar Rome. Toen hij na twee jaar toch naar de eeuwige stad kon afreizen, vestigde hij zich er voorgoed.
Zijn huis in Rome werd een ontmoetingsplaats voor Nederlandsekunstenaars; Louis Couperus was een van zijn gasten en hij heeft zijn bewondering voor Panders kunst verschillende malen gepubliceerd.
Vijf jaar na zijn dood werd in de Prinsentuin in Leeuwarden de Pier Pander Tempel opgericht met daarin zijn levenswerk: een beeldengroep. De vijf beelden in de tempel symboliseren de ‘menselijke hoofdkwaliteiten’ in het algemeen en ook de ziel van de kunstenaar in het bijzonder.
Na zijn dood in 1919, toen de gemeente Leeuwarden zijn legaat aanvaardde, ontwierp Panders vriend, architect Joan Melchior van der Mey met de vormgever N.P. de Koo en in samenwerking met de dienst der Gemeentewerken een rond tempeltje in de vorm van een antiekbaptisterium of martyrium om daar de beeldengroep in onder te brengen. Ernesto Gazzeri uit Rome voerde de gipsen modellen van Pander in marmer uit: personificaties van de ochtend, het ontwakend gevoel, de opkomende gedachte, de moed en de kracht. Het tempeltje werd in 1924 geopend. Op verzoek van de Friese beeldhouwer Pier Pander werd het tempeltje in de Prinsentuin geplaatst. Deze tuin is in opdracht van koning Willem I aangelegd. Het tempeltje staat op het hoogste punt van het deels vergraven Noorderbolwerk. Tot 1882 stond op deze plek de molen 'De Leeuw'. Het molenaarshuisje bestaat nog. In 1954 werd zelfs een extra vleugel aan het vroegere zomerhuis gebouwd wat nu restaurant de Koperen Tuin is. In die vleugel werd het Pier Pander-museum gevestigd.