Over het leven van Aertsen is veel bekend, dankzij Karel van Mander. Pieter Aertsen (bijgenaamd Lange Pier of Pietro il Lungo) vertrok op 18-jarige leeftijd naar het Zuiden. In 1542 werd hij lid van het gilde in Antwerpen, waar hij tot 1555-1556 woonde.
Het is gezellig in de herberg. Er wordt volop gefeest, gedanst en gedronken. Wat doet de man op de voorgrond met de linkerhand, die hij nonchalant over de schouder van de jonge vrouw naast hem heeft gelegd? Het meisje lijkt de avances te accepteren en wijst de drinkebroer op de eierdans in het midden van de kamer. Pieter Aertsen verwerkte talloze dubbelzinnige details in zijn 'Eierdans', een werk uit 1552. (zie hierover meer op www.rijksmuseum.nl)
In Antwerpen kreeg Aertsen aanvankelijk vooral opdrachten voor grote altaarstukken voor Hollandsekerken. Kort daarna ging hij over op het schilderen van boerentaferelen. Ook maakte hij naam met zijn markttaferelen en keukenscènes, schilderijen met een overdaad aan fruit, groente, vlees, vis, wild, gevogelte, kaas, brood en nog veel meer werden door hem afgebeeld. Ook wist hij verschillende genres te combinèren, zodat hij bijv. religieuze voorstellingen schilderde die zich afspelen op de achtergrond van een stilleven dat dan de voorgrond van het schilderij beheerst.
Amsterdam 1556 - 1575 Pieter Aertsen keerde terug naar zijn geboortestad om aldaar opnieuw poorter te worden.
Pieter Aertsen overleed in 1575 in Amsterdam. Zijn werk vond onder meer navolging bij zijn neef Joachim Beuckelaar, die door Aertsen werd opgeleid. Beuckelaar werkte in precies de zelfde vorm als zijn leermeester, waardoor het nu moeilijk is om het werk van leraar en leerling te onderscheiden.
Pieter Aertsen is van belang omdat hij Venetiaanse voorbeelden met Hollandse schilderkunst combineerde. Hij bracht een verbinding tot stand tussen de Italiaanse en de Noord-Europese manier van werken. Aertsen kreeg vooral in de 17de eeuw navolging in Vlaanderen. Symboliek was een belangrijk kenmerk van zijn stijl.
Tijdens de beeldenstorm in 1566 gingen veel van zijn altaarstukken verloren, waardoor alleen fragmenten en kleine delen overleefden. Ook de altaarstukken voor de Oude en Nieuwe Kerk in Amsterdam werden vernield tijdens deze iconoclastische storm. Zijn beroemdste werk hangt in Uppsala. Het stelt een slagerij voor, met op de achtergrond de vlucht naar Egypte.