Van 1946 tot 1950 genoot hij samen met Olivier Strebelle zijn artistieke opleiding in de metaal- en beeldhouwkunst aan de toonaangevende Ter Kameren in Brussel. In datzelfde jaar maakte hij kennis met Pierre Alechinsky en de andere leden van Cobra, toen hij zich vestigde in het Marais-atelier aldaar.
Reinhoud kreeg de Prijs van de Jonge Belgische Beeldhouwkunst in 1957.
Oorspronkelijk begonnen met het koperlassen tot monsters vergrote insecten, kregen zijn creaties plantaardige en menselijke allures, vanaf 1960, om uit te monden in vaak groteske hybridische wezens, waarbij hij zich onderdompelt in de originaliteit van het fantastische realisme. Zijn verrassende beeldhouwwerken zijn polymorfe of metamorfoserende wezens : plantaardige dieren, dierlijke planten, een mensachtige flora, insecten op hoge spichtige poten,... De menselijke figuur komt dit bestiarium met een hele waaier aan groteske houdingen aanvullen. Deze vreemde wezens worden in groep voorgesteld en voeren menselijke activiteiten uit. De kunstenaar werkt met geel- en roodkoper, lood, met een voorkeur voor koper en tin, omdat deze materialen makkelijker te vormen zijn en omdat hij er zijn fantasierijke creaties sneller mee kan uitvoeren.
Zijn broer, de meest bekende Vlaamse surrealistischebeeldhouwer Roel D'Haese, en zijn zus, Begga D'Haese, zijn ook beeldhouwers met een opvallende stijl.
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!