Hij kwam in 1912 in kennis met de kubistische schildersgroep Section d'Or. Zijn eigen kubistische compositiesworden vooral gekenmerkt door zijn zoeken naar een synthese. Met figuurstukken en stillevens, waarbij herhaaldelijk een vrij sterk rood en blauw zijn toegepast, leverde hij een zeer persoonlijke bijdrage tot het kubisme.
Vanaf 1913 nam hij aan de zijde van Braque deel aan het kubisme. Niet formeel doordat zijn onderwerpen aan het leven waren onttrokken.
Op de Salon des Indépendants van 1914 hingen The Conquest of the Air uit 1913, The Fourteenth of July uit 1913 en The Artillery uit 1913 en Seated Man.
In 1914 werd hij ondanks zijn slechte gezondheid gemobiliseerd en tijdens de oorlog werd hij slachtoffer van een gasvergiftiging. Hierdoor veranderde zijn werk. In 1919 ging hij naar Grasse om genezing te vinden voor zijn tuberculose.
Na de Eerste Wereldoorlog werkte hij alleen nog op klein formaat (aquarellen en tekeningen), maar in een geheel andere, naturalistische stijl. Na 1922 werden de kubistische tendensen weer iets sterker.
Hij stierf op 27 november 1925 te Grasse.
Een belangrijke verzameling van zijn werk bevindt zich in de collectie Pierre Lévy, die is ondergebracht in het voormalige aartsbisschoppelijk paleis in Troyes.