In Amsterdam ontwikkelde het Stedelijk Museum zich na de oorlog onder leiding van Sandberg in hoog tempo tot een internationaal centrum voor moderne kunst. Met zijn steun ontwikkelde de toch al internationaal georiënteerde Cobra-beweging zich tot de meest invloedrijke stroming in de naoorlogse Nederlandse kunst. Net als zijn voorbeeld het Museum of Modern Art in New York besteedde Sandberg opvallend veel aandacht aan abstractie en experiment. Dit tot ongenoegen van de meer figuratief werkende kunstenaars, vooral van kunstenaarsverenigingen die jaarlijks hun tentoonstellingen in het Stedelijk konden houden en die hun toekomst nu bedreigd zagen. De algehele verontwaardiging barste los naar aanleiding van de grote internationale Cobra tentoonstelling in 1949 en in mindere mate door de rel rond de Jacob Maris-prijs, die was toegekend aan Piet Ouburg voor zijn tekening 'Vader en zoon'. Er ontstonden twee kampen in Nederland, aan de een kant de experimenteel abstract en aan de andere kant de traditionele, figuratief werkende kunstenaars.