Biografie Over Wolfgang Hubers leertijd en zijn jaren als gezel valt alleen iets op te maken uit zijn werken. In 1515 wordt hij als woonachtig in Passau vermeld, maar pas in 1539 verkreeg hij daar burgerrecht. In 1540 werd hij tot bisschoppelijk hofschilder benoemd. Met dit ambt trachtte hij zich te onttrekken aan de dwang van het gilde en als vrij kunstenaar te werken.
Huber gebruikte verschillende technieken en maakte clair-obscurtekeningen die met gekleurde pen uitgevoerd en met wit gehoogd waren, zoals Stigmatisering van de H. Franciscus (Ca. 1512, Wenen, Albertina).
Met schilderen begon hij omstreeks 1517. Een voorbeeld is Christus' Afscheid van Maria (1519, Wenen, Kunsthistorisches Museum).
Het Anna-altaar voor Feldkirch (1521, Wenen, Kunsthistorisches Museum en Feldkirch, Stadtpfarrkirche) is zijn eerste hoofdwerk. De buitenvleugels van de triptiek geven taferelen uit het leven van Jezus weer, de binnenvleugels zijn aan de H. Anna gewijd. In dit altaar liet Huber zich inspireren door de figuren en de compositie van Het leven van Maria (1511) van Albrecht Dürer.
Na 1525 veranderde zijn stijl, de opbouw van de compositie werd helderder en de kleuren werden contrastrijker. In de ruimte-indeling tonen zich maniëristische trekjes. Tot de werken uit die tijd behoren Vlucht naar Egypte (West Berlijn, Gemäldegalerie, Dahlem) en Kruisoprichting (na 1525, Wenen, Kunsthistorisches Museum), dat zich onderscheidt door een massale figurale opbouw. Met de Allegorie van het kruis (ná 1540, Wenen, Kunsthistorisches Museum) schiep hij een programmastuk waarin de artistieke vormgeving voor de inhoud wijkt. Jakob Ziegler (ca. 1544/49, Wenen, Kunsthistorisches Museum), een werk uit zijn latere jaren, behoort tot zijn belangrijkste portretten.
Vragen en antwoorden
Niet de informatie gevonden waar u naar zocht? Stel uw vraag aan Kunstbus en wij en/of bezoekers van deze website zullen proberen u verder te helpen!