Vader van de schilders Julius en Francous; grootvader van de schilder Wybrandus.
Leraar van Julius de Geest, Jan Jansz. de Stomme, Jacob Potma,
Wybrand of Wijbrand Simonsz. de Geest was gespecialiseerd in de vervaardiging van portretten.
Biografie Wybrand de Geest genoot zijn opleiding aanvankelijk bij zijn vader Simon Juckesz. en ging later in de leer bij Abraham Bloemaert. Van 1614 tot 1618 verbleef hij te Frankrijk en Italië. Terug in Leeuwarden, werkte hij onder andere in opdracht van het Friese stadhouderlijk hof.
Frankrijk 1614 - 1615 Rome 1616 - 1618 De Geest was tijdens zijn verblijf in Rome lid van de Nederlandse schilderskring de Bentvueghels. Van de leden van dit genootschap kreeg hij de bijnaam 'De Friesche Adelaar'.
1631, Portret van een jongen met een kolfstok in de rechterhand en een bal in de linker. Staand, ten voeten uit, in een lange mantel met zigzigpatroon. Als jongens én meisjes een rok droegen, hoe wist je dan of iemand een jongen of een meisje was? Voor de 17de-eeuwer was dat geen probleem: iemand met een hoed was bijvoorbeeld altijd een jongen. Op portretten van kinderen kunnen we ook nu nog het verschil zien. Bijvoorbeeld aan het speelgoed: jongens hadden een geweer, trommel of kolfstok en de meisjes bloemen en poppen. Jongens droegen een hoed, meisjes eerder sieraden of een bloem in het haar. Gedoopte kinderen droegen vaak een penning aan een ketting. Meisjes droegen die om hun middel en jongens dwars over de borst. Ook waren de rokken voor jongens en meisjes verschillend. Een jongen had namelijk vaak strikjes bij zijn middel; daaraan zaten onder de rok broekspijpjes verbonden. Bovendien bestond er de typische jongenskraag: met vierkante punten. Ten slotte droegen meisjes spits toelopende keurslijfjes, jongens rechtere wambuisjes. - (www.cultuurwijzer.nl)